Selecteer een pagina

Half één ‘s nachts. Nog geen half uur geleden sloot ik het boek dat bijna uit mijn handen viel, en onmiddellijk daarna ook mijn ogen. Ik dacht nog even aan het bos vlakbij dat er nu donker en stil zou bijliggen. Alleen nog wat vage dierengeluiden, misschien een uil, hier en daar geritsel tussen de bomen.
Het speeltuintje verlaten, het zandbakzand koud en vochtig. De schommels hangen stil, de kleuterglijbaan blinkt in voorzichtig maanlicht. Een achtergebleven knalroze parapluutje dat een ijsje heeft versierd.

Het is mijn drummende hart dat me heeft gewekt. Voor de tweede keer al deze week is mijn bed een onveilige plaats geworden. Mijn hart begint pijn te doen, een vuist knijpt het samen.
Ik vraag mij af of het dan nu is dat ik zal sterven.

Misschien moet ik naar spoed, maar hoe kan ik dat weten? Hoe weet ik of mijn lichaam geen spelletje speelt?
Ik denk: ik wil niet dood, want ik moet nog de laatste aflevering van ‘The Americans’ zien.