Selecteer een pagina

Toen ik vrijdagnamiddag, 17 juli, opstond uit de zetel om te gaan wandelen, werd ik ‘iets’ in mijn rechterbovenbeen gewaar. Iets lichts, iets wat een beetje haperde, maar geen pijn deed. Vast verkeerd gezeten, dacht ik, en ik vatte mijn wandeling aan. Door dat been kwam mijn gewoonlijke stevige pas wat moeizaam op gang, maar na een kwartier stappen ging het beter.
De volgende ochtend was het ongemak er nog steeds, maar ik deed gewoon wat ik anders deed. Alleen het lopen, wat ik ongeveer om de andere dag doe, sloeg ik over. Dat kon wel een dag wachten, en ik wilde mijn lichaam niet overbelasten. Ik maakte wel een wandeling, maar niet al te lang. Zondagochtend zou alles vast weer normaal aanvoelen.

Maar dat deed het niet. Het ongemak was nu onmiskenbaar veranderd in pijn, en aangezien ik al moeite had met de trap oplopen en mijn schoenen aandoen, was lopen helemaal uitgesloten. Tegen de avond deed mijn bovenbeen zo’n pijn, dat ik kermend in de zetel zat, terwijl ik samen met mijn man naar een aflevering van ‘Curb your enthousiasm’ probeerde te kijken. Of ik nu bewoog of stilzat, altijd was er die pijn. Soms wat draaglijker, daarna weer in alle hevigheid losbarstend. Ik vond geen houding die me enig comfort bood.

Maandagochtend, na een moeilijke nacht, besloot ik naar de huisarts te gaan, ook al was de pijn sinds het opstaan opmerkelijk minder. Het lukte me redelijk vlot alle oefeningen te doen die ze me opdroeg. Op de tenen lopen, op de hielen, vooroverbuigen, opzij, op het ene been staan, op het andere. Ook bij het betasten van mijn been en rug leek alles in orde. Ik begon alles al weg te wuiven met een ‘het zal wel beteren nu’, maar ze schreef me toch maar negen sessies bij de kinesist voor. Voor mocht de pijn opnieuw erger worden. Geen zware dingen tillen, niet rennen, wel regelmatig bewegen. Dagelijks een korte wandeling of wat fietsen.
In de late namiddag maakten mijn man en ik een rustige fietstocht van een vijftiental kilometer, en dat ging goed. Fietsen was nog het enige waarbij ik me comfortabel voelde.

‘s Avonds laat sloeg de pijn weer toe. Nu niet alleen meer in de dij, maar ook uitstralend naar knie en kuit, en zelfs voet. Bij het oplopen van de trap sneed iets scherps door mijn dijbeen, waaruit soms alle kracht verdween waardoor ik er doorheen zakte. Hoe ik me ook concentreerde, het rustig aan deed, goed bleef ademen en probeerde voornamelijk de spieren in mijn kuit te gebruiken. Soms lukten een paar treden, en moest ik de rest van de trap op door telkens rechter- bij linkerbeen te voegen, als een klein kind. Het was zo frustrerend.
Wanneer ik – heel langzaam en voorzichtig – in de zetel ging zitten, moest ik mijn rechterdij vastnemen met beide handen, en zo mijn been in de zetel tillen. Dat kon het niet meer op eigen kracht. Hetzelfde met in en uit het bed gaan. Daar kwamen soms onbeheersbare kreetjes van pijn bij. Mij aan- en uitkleden, mijn voeten wassen onder de douche, ze afdrogen, al die vanzelfsprekende dingen waren dat plots niet meer. Ik schuifelde naast mijn man naar de supermarkt voor boodschappen (die hij dan naar huis droeg), of we maakten een fietstochtje, maar mijn dagelijkse yoga-oefeningen lukten niet meer. Geen enkele.

En toen kwam er een nacht waarop ik niet langer dan vijf minuten op mijn rechterzij, de inslaapzij, kon liggen. De volgende nacht lukte dat helemaal niet meer, en de nacht dààrop wou ik het ook op mijn linkerzij uitgillen van de pijn (in mijn rechterbeen!). Toen ook ruglig plots niet meer mogelijk was – een houding waarin ik sowieso niet kan slapen, begon ik te huilen van pijn en frustratie, en ook wel ongerustheid. Want nu begon ik ook nog een tintelend gevoel, afgewisseld met gevoelloosheid, te ervaren in mijn tenen. De pijnstillers die ik had genomen, hadden geen effect, behalve dat ze me nog wat vaker naar het toilet stuurden omdat ik ze met zoveel water had moeten innemen. Waardoor ik dus telkens, soms om het half uur, met veel pijn het bed uit en weer in moest.
Mijn man, die al in een ander kamer sliep omdat ik een hele nacht lag te draaien en te kreunen, kwam naast me liggen om me te troosten, en zocht in de kast naar het grote kussen in banaanvorm, gevuld met piepschuim en dus erg kneedbaar, dat ik ooit tijdens mijn opleiding tot shiatsutherapeute had gekocht. Onder de benen, tussen de benen, onder de knieën, niets bracht verlichting. Ik was zo wanhopig dat ik bijna wenste dat Philip, een personage uit ‘The Americans’, met zijn bijl zou langskomen om mijn been eraf te hakken, zoals we hem de avond ervoor hadden zien doen toen hij bij een vermoorde Russische spionne handen en hoofd eraf hakte om haar onherkenbaar te maken.
De vorige dag had ik gelukkig toch maar een afspraak gemaakt bij een kinesist / osteopaat, want ik zag dit niet vanzelf goedkomen, maar in deze beroerde nacht vreesde ik er even voor dat ik nog eerder op een spoedafdeling zou terechtkomen. De pijn was zo erg dat ik er soms misselijk van werd of het gevoel had te zullen flauwvallen.
Veel ervaring met pijn heb ik niet, maar ik vind mezelf niet kleinzerig, zal ook pas een pijnstiller nemen wanneer ik voor drie vierde dood ben, maar nu hielpen ze dus niet en dat zorgde toch wel voor een moment van paniek. In mijn hoofd zette ik de pijnen die ik heb gekend in volgorde, en moest nu een wijziging doorvoeren. Terwijl deze ‘beenpijn’ enkele dagen geleden nog op nummer 2 had gestaan, na, op 1, die avond nadat ik een kies had laten ontzenuwen, wat een beetje mislukt was, en vòòr de barensweeën op 3, de anuskramp op 4, en die keer dat ik van de trap viel op 5, sprong deze pijn in mijn been nu vlot naar nummer 1. Ook al omdat ik er nu al dagenlang, en evenveel nachten, last van had zonder onderbreking, zonder even op adem te kunnen komen. Of deftig te slapen. Of uitzicht op beterschap.

Ik zag ook alles wat ik de voorbije maanden had opgebouwd door intensief te wandelen, dagelijks yoga-oefeningen te doen en te lopen, weer afbrokkelen. En ik begon te vrezen voor dat lopen, of ik het nog wel zou kunnen doen. Terwijl het zo’n uitlaatklep voor me is geworden en ik er zoveel plezier aan beleef. Ik vond het ook, een beetje verongelijkt, niet eerlijk dat mìj dit overkwam. Ik kwam van zo ver, van zo weinig energie, van zovele jaren niet kunnen / mogen rennen of sporten, en nu was deze nieuwe wereld voor me opengegaan, en mocht hij niet zo snel alweer sluiten. En omdat ik zo dankbaar ben voor voor velen vanzelfsprekende zaken, zoals kunnen stappen, en me daar vaak van bewust ben, vond ik ook niet dat mij hierover lesjes hoefden te worden geleerd.
Maar al deze bedenkingen veranderden natuurlijk niets aan de realiteit.

Op de moeilijkste momenten ‘s nachts zat er niets anders op dan proberen door de pijn heen te ademen en hem op een meditatieve manier te benaderen. Omdat ik gemerkt had dat de pijn zich regelmatig verplaatste in mijn been, kwam ik op het idee te pogen hem te laten zakken tot in mijn grote teen, tot helemaal op het topje. Daar zou hij wel beheersbaar zijn. Het lukte een beetje, maar uiteindelijk viel ik toch in een lichte slaap door de uitputting. Meer nog een uitputting veroorzaakt door het continue gezeur in mijn been, dan door het slaaptekort. Dit duurde nu bijna een week en het overheerste alles. Wat moet dat zijn voor mensen die jarenlang of hun hele leven met pijn moeten omgaan, dacht ik. Onlangs nog had ik ergens gelezen dat wanneer je te lang te veel pijn hebt, het pijncentrum in je hersenen zodanig overprikkeld kan geraken, dat het niet meer kan ophouden met pijnsignalen te geven, ook al valt de oorzaak weg.

Ik was opgelucht dat ik de volgende dag al bij de kinesist terechtkon. Mijn ouders hadden het enkele weken geleden toevallig over een kinesist die bij hen in de buurt woont, en die mijn vader eens goed heeft geholpen. Ze zeiden: mocht je ooit een kinesist nodig hebben, dan moet je naar diè man gaan. Van over heel Vlaanderen komen patiënten naar hem toe, zelfs bekende sportmannen, waaronder Sven Nys, wisten ze.
En nu had ik dus nog sneller dan verwacht dit soort hulp nodig. Ik belde mijn ouders voor zijn naam, en mijn moeder zei nogmaals: doèn, je zal het je niet beklagen.
Mijn man sloeg aan het googelen voor adres en telefoonnummer, en las: ‘Kinesist / osteopaat. Sven Nys. Wonderdokter. Hij kreeg een Sven Nys die amper nog kon lopen op de fiets voor een belangrijke wedstrijd.’
‘Exact wat ik nodig heb’, dacht ik. ‘Ai ai’, kreunde mijn man. Ik kende de reden van zijn gekreun, want dat effect heeft het woord ‘osteopaat’ op hem. Telkens ik de voorbije jaren meende er een nodig te hebben (omdat ik ooit goed door een werd geholpen), stelde hij zijn veto. Niet dat hij het me verbood, maar ik wist dat er ongenoegen van zou komen, mocht ik toch een osteopaat zien. Dus deed ik het niet. Maar nu was de pijn zo erg, dat ik er desnoods een scheiding voor over had.
Maar het woord ‘kinesist’ naast die ‘osteopaat’ deed hem dan nu toch overstag gaan. Ondanks zijn huivering bij het woord ‘wonderdokter’. En misschien speelde het feit dat hij ooit fan was van Sven Nys misschien toch ook een klein beetje mee.

De hele donderdag telde ik de uren af tot kwart vòòr zes, het tijdstip waarop ik de afspraak had. Of ik nu lag of zat of rondliep, mijn been schreeuwde het uit. Pijnstillers had ik al opgegeven. Ik hoopte dat ik niet zou flauwvallen op de behandeltafel, maar als dat nodig was om me enigszins te verlossen, had ik het ervoor over. Ik probeerde mijn hoop in te tomen, maar een nieuwe nacht ingaan in dezelfde toestand zag ik niet zitten.
Toen ik me voorzichtig op één bil liet neerzakken op een stoel in de wachtkamer, kwam er een rust over me. De deur stond open, buiten was er groen en zon, alles zou goedkomen. Ik ademde beheerst achter mijn masker.

De wonderdokter knikte bij alles wat ik zei, hij wist waarover ik het had. Er werd me gevraagd me uit te kleden tot op mijn ondergoed; nooit gedacht dat me uitkleden zo’n pijnlijke bedoening kon zijn. Met mijn voet op de grond stukje voor stukje uit mijn broekspijp schuifelend, was ik me gewaar van het wachtend toekijken van de kinesist.
Hij vroeg me met de rug naar hem toe te komen staan, en plaatste zijn handen op mijn onderrug, die hij voorzichtig begon te betasten en bedrukken. Toen hij daarmee klaar was, zei hij: ik weet het al, je onderste ruggenwervels zijn geblokkeerd, maar dat krijg ik wel weg.
Op de tafel, die eerst een grondige ontsmettingsbeurt kreeg, klauteren was een volgende beproeving, en toen moest ik ook nog op mijn rechterzij gaan liggen. Terwijl de man me hielp, iets sneller dan ik het zelf zou hebben gedaan, probeerde ik het niet uit te schreeuwen. Op de linkerzij. Op de rug. Op de buik. Telkens ik me omdraaide, hoorde ik hoe mijn huid zich lostrok van het kleverige ontsmettingsmiddel. Ik zag mezelf daar liggen, in mijn ondergoed en met een mondmasker op, maar nu er hoop was op beterschap, kon ik erom lachen.
De man begon mijn onderrug te kneden en vroeg me toen opnieuw op de rechterzij te gaan liggen, waarna hij mijn rechterbeen onder het andere plooide, mijn rechterhand boven mijn linkerelleboog plaatste en me opdroeg die arm stevig vast te nemen. ‘Ik ga nu je wervels op hun plaats trekken’, kondigde hij aan. Of dat pijn zou doen, waagde ik nog (alsof dat me nog iets kon schelen; àlles had ik ervoor over om met minder pijn de praktijk te verlaten dan ik er binnen was gekomen). Hij verzekerde me van niet, maar ik meende een plagerig lachje onder zijn masker te zien. Ik besloot me maar gewoon over te geven en ademde braaf diep in op zijn commando, en vervolgens weer uit. Bij die uitademing snokte hij, half over me heen liggend, met een paar stevige rukken mijn onderrug tot leven. En nee, het deed geen pijn. Dit was een lachertje vergeleken met wat ik de voorbije week had doorstaan. Daarna was de andere kant aan de beurt. Toen hij na die manipulaties mijn voeten naast elkaar hield, knikte hij tevreden en zei: dat ziet er al veel beter uit.
Dat volstond voor deze keer. De behandeling moest nu inwerken, en na het weekend mocht ik terugkomen voor een volgende sessie. Of hij al een beetje kon voorzien hoeveel sessies ik nodig zou hebben, vroeg ik. Niet veel, stelde hij gerust. ‘Jij hebt een simpel en makkelijk te verhelpen probleem.’ Oké, fijn om te horen, maar zo voelde het anders niet.
Ik kroop moeizaam de behandeltafel af en mijn kleren weer in. Wat de oorzaak was, wou ik weten. Een verkeerde beweging, vaak onbewust. ‘Je had niets kunnen doen om dit te vermijden.’ En nee, mijn door yoga soepel geworden lichaam had me er niet voor kunnen behoeden. En nee, het had ook niets met mijn recente lopen te maken. Gewoon pech gehad. En pijnstillers, die helpen niet bij dit soort toestanden, wist hij. Dat had ik dus zelf ook ondervonden.
Ook al stapte ik niet zonder pijn naar de auto, waar mijn man op me zat te wachten, toch voelde ik me opgelucht. Er was beterschap in zicht, en ik kon ook nog eens blijven lopen! Voorlopig moest ik het wel houden bij wandel- of fietstochtjes van een half uur, maar dat was allang goed voor me. Ik zou al blij zijn als ik niet meer mijn eten gedeeltelijk rechtstaand naar binnen moest spelen.

Omdat ik nooit eerder rugklachten of dergelijke had, vroeg een vriendin zich af of het niet mogelijk was dat de schok die ik had ervaren bij het vernemen van het overlijden van mijn ex-man, ervoor had gezorgd dat ik twee dagen later last kreeg van die pijn in mijn been. Zelf had ik ook al aan die mogelijkheid gedacht, en al zeker toen ik mijn man pas nog bekende dat de schok van de manier waaròp, het toevallig ontdekken op internet, nog altijd in mijn lichaam leek door te gaan. Misschien heeft mijn lichaam geprobeerd zich schrap te zetten voor dat wat binnenkwam?

De behandeling ligt nu twee dagen achter mij. Ik heb nog pijn, soms erge, maar er is duidelijk beterschap. De pijn is niet meer ondraaglijk, behalve wanneer ik me in bed probeer te nestelen of mijn sokken wil aan- of uittrekken.
Ik maak langzame wandelingen, hoef niet meer op te staan van ellende na een kwartier zitten, of mijn been met mijn handen naast het andere te leggen wanneer ik in de zetel ga zitten. Ik ben zelfs al een paar keer de trap op geraakt. Stap voor stap, met veel concentratie. Dat een trap opgaan zo een bijzondere prestatie kan worden … En vanochtend werd ik zowaar wakker op mijn rechterzij. Terwijl erop liggen bij het slapengaan nog niet lukte.
Ik kijk uit naar maandag, naar mijn tweede sessie bij de wonderdokter, en kan vanaf nu enigszins begrijpen hoe het leven eruitziet voor mensen die dagelijks met pijn moeten leven. Mijn dankbaarheid voor het evidente functioneren van ons lichaam is alleen maar toegenomen.