Selecteer een pagina

In de Humo van vorige week lees ik wat bekende Vlamingen antwoorden op enkele corona-gerelateerde vragen. Ik verbaas me over actrice Els Dottermans, die zegt ‘verbijsterd’ te zijn over ‘hoe snel onze zekerheden verdwijnen en we de controle over ons leven verliezen’. Zelf beschouw ik niets als een zekerheid, en heb ik ook niet het gevoel controle over mijn leven te hebben. Dat er volwassenen zijn die daar wèl van uitgaan, dat verbaast mij dus. Ik kan me voorstellen dat het voor hen dan nu wel schrikken is.
Xavier Taveirne hoopt dat hij op reis gaan in de toekomst niet meer zo vanzelfsprekend zal vinden. Ik vind kunnen stappen, de ene voet voor de andere zetten en daarbij overeind blijven, al niet vanzelfsprekend. Dat realiseer ik me regelmatig tijdens het wandelen, en dan voel ik me dankbaar.
Waar ik wel bij stilsta nu, in deze rare periode, is hoe makkelijk we het hadden bij het boodschappen doen. Dat alles wat we wensten zomaar in de rekken lag. Net zoals ik diezelfde ervaring heb wanneer er eens een paar uur geen stromend water of elektriciteit is door een panne. Ook dan pas realiseer je je hoe makkelijk het eigenlijk is dat we maar een kraan hoeven open te draaien of op een schakelaar te duwen.

Ik probeerde voor mezelf ook even de vragen van Humo in te vullen. Om te beginnen: ‘Hoe beleeft u deze vreemde tijden?’
Ik merk dat ik mezelf vrij makkelijk aanpas aan allerlei maatregelen en voorschriften. Misschien ook omdat ik de noodzaak ervan inzie en erin geloof dat ze ons kunnen helpen.
Omdat ik vanwege een op hol geslagen immuunsysteem al jaren moet oppassen voor ziektes en daarvoor soms op begrip van anderen moet rekenen (vrienden weten dat ze niet met me moeten afspreken als ze verkouden zijn, en ik voel me nog altijd gegeneerd wanneer ik hen daar af en toe aan herinner), ben ik nu wel stiekem blij met dat handen wassen en afstand houden en geen hand meer geven. Tegelijk hoop ik dat mensen daar iets van zullen meenemen naar de toekomst, wanneer er van corona – hopelijk – geen sprake meer is.

Mijn man en ik leven de maatregelen erg strikt na, en het is weleens vermoeiend om tijdens onze wandelingen telkens naar de andere kant van de straat te moeten stappen wanneer er mensen uit de andere richting komen (blijkbaar zijn wij een uitzondering in het wandelen langs de linkerkant van de straat, waar je de je tegemoet komende auto’s het best ziet aankomen). De weekendkrant, de Humo die we wekelijks kopen, de post die we ontvangen, de boeken die we bestellen, ze blijven allemaal drie dagen in quarantaine in onze bergplaats liggen. Boodschappen worden gedaan met wegwerphandschoenen, en wanneer we die uitgetrokken en weggegooid hebben, wassen we onze handen zorgvuldig, waarna we de boodschappen in de kasten opbergen, om daarna onze handen nòg eens te wassen.

De eerste weken van de crisis was ik ongerust, maar niet méér dan dat. Tot mijn schoonvader, die verder in goede gezondheid was, plots ziek werd en stierf, op twee dagen tijd. Toen hij over de koorts en kortademigheid heen was en zich weer beter begon te voelen. Hij had niet eens in het ziekenhuis gelegen, vertoonde milde symptomen. Daar ben ik erg van geschrokken. Plots had ik het gevoel dat het iederéén kon overkomen, niet alleen ouderen en risicopatiënten. Ik was nog bezorgder om mijn man dan om mezelf. Dat hij fysiek op zijn vader lijkt, hielp niet. Ik kon hem, in mijn op hol geslagen verbeelding, elk moment dood in bed vinden, zoals bij mijn schoonouders was gebeurd. En zoals een aantal jaren geleden ook mijn ex-schoonouders is overkomen.
Maar ook voelde ik me erg geconfronteerd met onze sterfelijkheid. Plots drong heel hard door dat als het dan niet ophoudt door corona, het over een aantal jaren sowieso wel ophoudt door iets anders. En ook al was ik me tot hiertoe ook al wel erg bewust van mijn sterfelijkheid, toch heeft deze situatie nog een extra snaar geraakt.

Vanaf de onverwachte dood van mijn schoonvader had ik elke nacht een kwartje Zolpidem nodig om te kunnen doorslapen. Omdat ik het me niet kon veroorloven te verzwakken door slaaptekort. Ik ging uitgeput naar bed, sliep makkelijk in, maar werd steevast na anderhalf uur weer wakker, om even later klaarwakker in bed te liggen met een bonzend hart of lichte ademnood. Ik was blij dat een kwartje van die slaappil volstond om na een uur verder te kunnen slapen, maar de slaapkwaliteit is dan niet meer geweldig en ik werd ‘s ochtends moe wakker. En ik hou er ook niet van afhankelijk te zijn van medicijnen, neem zelfs geen pijnstillers.
Dus werd het elke nacht een gevecht tegen die pil, dat ik elke keer tot mijn frustratie verloor, en waarover ik me overdag en zeker naargelang de avond dichterbij kwam, ongemakkelijk voelde.
De voorbije nacht is het me voor het eerst sinds weken gelukt niets in te nemen. Het voelde als worstelen om in slaap te blijven, tot half vier (al veel beter dan half één!), daarna heb ik een half uur geprobeerd weer in te slapen, een uur gelezen, en nog eens een uur pogingen gedaan tot slapen, om dan van het ene hazenslaapje in het andere en van de ene nare droom in de andere te sukkelen, tot ik enigszins opgelucht vaststelde dat ik toch zeven uur had gehaald.
Overdag kan ik – gelukkig – blijven functioneren, elke dag een fikse wandeling zelfs, maar stilaan begonnen er meer gaten in mijn beleving te komen. Ik wist niet meer goed welke dag het was, kon me niet herinneren hoe ik van de ene yogahouding in de andere was terechtgekomen, en kon (kan) me moeilijk concentreren op een boek. Ook dit stukje kost me meer moeite dan anders.

Ik kijk elke dag naar het journaal, maar niet meer naar elk duidingsprogramma. In het begin volgde ik dagelijks grafieken, wou ik zo goed mogelijk op de hoogte zijn in de hoop op enige geruststelling. Die maar niet kwam, maar mij ervoor afsluiten (mijn man verbood me op een gegeven moment bijna om nog naar het journaal te kijken) zou me nog onrustiger maken, had ik het gevoel.
Ik begon een licht, onschuldig kalmeermiddel te nemen (hoopte vooral op een placebo-effect), maar ben daar inmiddels mee gestopt omdat ik me beter voel. Ik bleef mediteren, wandelen, yoga beoefenen, en heb geleerd dat dit geen instant hulp- of wondermiddelen zijn maar eerder nut hebben op langere termijn.
Ondertussen onderga ik alles meer gelaten; het stressniveau kan niet altijd even hoog zijn. Zelfs mijn boosheid over mensen die de maatregelen niet ernstig nemen of roekeloos gedrag vertonen, is gezakt. Enkele dagen geleden ben ik wel nog weggevlucht uit de rij aan de kassa in de supermarkt, omdat een man in mijn buurt maar bleef hoesten en daarbij niet eens fatsoenlijk zijn mond bedekte. Toen ben ik briesend thuisgekomen. En toen gisteren de buren voor de vierde keer hun sauna aanzetten waardoor een verbrande lucht ons huis binnenwaaide, begon ik tijdens mijn spurt naar de ramen vanuit het niets (tegen mijn man) te schelden op ‘die klootzakken’. Ook niet van mijn gewoonte. Maar ach, het zijn uitzonderlijke tijden, en ik kan mezelf wel toestaan eens stoom af te laten.

En daarmee is ook een andere vraag van Humo beantwoord, namelijk: ‘Wat leert u dezer dagen over uzelf, uw naasten en de wereld?’
Wat die vraag betreft, heb ik het gevoel dat ik minder optimistisch ben dan de meeste BV’s die hierop antwoordden. Velen lijken er toch van uit te gaan dat deze crisis het gedrag van hun medemens (en dus ook van henzelf) blijvend positief beïnvloedt, of dat op zijn minst te hopen. Tien jaar geleden had ik daar wellicht ook nog zo over gedacht, maar sinds ik een paar keer heb meegemaakt hoe er in tijden van nood niemand was die zijn hulp aanbood of zelfs maar van zich liet horen, ben ik daar nuchterder in geworden. Gelukkig heb ik ook al meermaals ervaren dat een lief gebaar vaak uit onverwachte hoek komt, en dat er ook mensen zijn op wie je echt kan vertrouwen. Maar dat de mens in het algemeen wezenlijk verandert door een crisis, daarin geloof ik niet.

Als laatste vraagt Humo ‘wat u anders gaat doen na de bevrijding’. Om te beginnen ga ik ervan uit dat die ‘bevrijding’ zo geleidelijk aan zal komen, dat er voor velen niet zo veel zal veranderen.
Zelf heb ik ook geen wilde plannen of voornemens; ik ben over het algemeen tevreden met hoe mijn leven liep en loopt. Het enige punt waarover ik niet tevreden ben, is hoe deze crisis ervoor heeft gezorgd dat ik, na maanden erg gezond te hebben gegeten, stilaan toch wat troost ben beginnen te zoeken in ongezonde dingen. Zoals de verslavende chocolade met karamel en zeezout van ‘Tony’s chocolonely’, die ik zo flink had afgezworen. Dat ik er geen grammetje van bijkom sinds ik periodiek vast, en ik mezelf sus met de gedachte: ‘maar ik heb vandaag toch een wortel als lunch gegeten’, maakt het er niet makkelijker op om hem weer achterwege te laten. Maar ik neem mezelf voor: nu mag het nog even, maar binnenkort, wanneer troost weer minder noodzakelijk wordt, en ik van de slaappillen af ben, is die misdadig lekkere chocolade ook aan de beurt!