Selecteer een pagina

“In de Bistrowagen, even voorbij Osnabrück, schreef hij bij een kop koffie en met de grijze morgen op zijn netvlies in zijn aantekenboekje: ‘We zouden maar wat graag een kijkje aan de andere kant nemen, aan de overzijde, even, heel kort maar, een blik werpen op het vaalwitte, op wat zich daar schuilhoudt, achter de schemerdrempel, in het lijkwit. Maar juist de omstandigheid dat ons dat niet gegeven is, garandeert onze levensvreugde, want zonder raadsel wordt het leven een saaie bedoening, een rekensom, een speeltje voor boekhouders en cijferaars. Het zou keurig op de tekentafel passen, terwijl het nu altijd ergens over de rand valt.’

In Berlijn had hij een uur. Hij ging op de trappen aan de achterkant van het station zitten. Berlijn, hij kon er zo op een trein naar Warschau, Praag of Moskou stappen.
Brl – het geluid van wie in een Slavisch moeras wegzinkt.
Hij had in oostwaartse treinen gezeten, was grenzen gepasseerd die nog grenzen waren tussen mogendheden, tussen rijken, tussen ideologieën die bewaakt moesten worden. Wachters, met voor hun buik een uitklapbaar ‘kantoortje’ met pennen, stempels, formulieren, bladerden eindeloos voor- en achteruit in zijn paspoort, en zetten uiteindelijk wantrouwig een stempel op een willekeurige pagina van het reisdocument.
De Muur was er niet meer. Geweldig.
Maar dat boekhandel Heine onder Bahnhof Zoo er niet meer was, hij had er de Muur bijna voor terug willen hebben.
En anders voor Allert de Lange op het Damrak.
Koude Oorlog? Het was vrede, niets dan vrede, Koude Vrede, een bevroren vrede, tenminste voor wie aan de warme kant van de Muur leefde.

Hij at een brosse croissant en de mussen hielden hem op de stationstrappen gezelschap. Hij keek naar de mensen als tekende hij ze. In Berlijn kon hij iedereen zijn.

Lopen, een sigaretje roken, honkbalpet op, licht hinkend, maar je gaat verder, met je Lidl-tas en trieste lach. Je Pools accent, je werkhanden, je begint al minder te zien. De telefooncel accepteert je munten niet, en welbeschouwd, het is geen cel, het is een paal met een roze telefoon eraan. Maar je gaat verder en je lach is van deze stad.”