Selecteer een pagina

Toen ik gisteravond in bed mijn leeslamp uitknipte, was ik plots erg duizelig. Duizelig ben ik wel vaker, maar zo erg en zo plots, dat was nieuw voor me. En een beetje beangstigend wel.
Toch ben ik meteen ingeslapen, maar om half twee werd ik wakker om naar het toilet te gaan, en dat was een ware opdracht met mijn hevig rondtollend hoofd.
Terug in bed bleef de kamer maar draaien. Ook mijn hart begon van zich te laten horen. Het bonkte als wilde het eruit.
Voor de derde nacht op een week tijd vreesde ik te zullen sterven. Overdag geniet ik van het leven, ik vul mijn avond met fijne dingen, schaterlach samen met mijn man met ‘De Slimste Mens’, ga ontspannen slapen. Enkele uren later word ik wakker als een hoopje ellende.
Ik ben dit gevoel inmiddels zo gewend, dat het zich nog slechts uit in een geïntrigeerd toekijken naar wat er gebeurt in mijn lichaam.
Ik ben dan bang, maar niet meer voor de angst. Op die momenten waarop ik daar zo hulpeloos aan mezelf ben overgeleverd, word ik de beste vrienden met mezelf.