Selecteer een pagina

Enkele weken geleden zat ik op een zonnige zondagochtend te ontbijten naast het open raam. Plots hoorde ik hevig geritsel in de laurierhaag die onze tuin scheidt van die van de buren. Niet veel later kwam er een blauw met gele bal door het dikke gebladerte tevoorschijn, en viel vervolgens met een plofje op onze gazon. Soms vliegt er wel eens een bal òver de haag, maar op deze manier had ik het nog niet gezien.
Ik nam een foto van de bal, postte hem op facebook met een grapje erbij. Dat luidde: ‘Als je de buurjongen een bal tussen de haag door ziet proppen, zodat hij in jouw tuin valt, is dat dan een cadeautje?’ Met een gekke emoticon erachter.
Al snel kwamen er allerlei reacties op. Mensen vroegen of ik een knappe dochter heb, grapten dat de buurjongen misschien aandacht van haar wou. Een enkeling suggereerde dat hij misschien wel aandacht van mìj wou. Ik antwoordde dat mijn dochter te oud is voor de buurjongens. Ik heb hen nog niet echt gezien, weet alleen dat het er twee zijn, maar heb hen al wel vaak gehoord. Op de stemmetjes en hun continue rondrennen afgaand schat ik hen een jaar of negen, tien. En jawel, het zijn de kinderen van de nieuwe partner van de buurman, die er door zijn onredelijke gedrag de aanleiding toe gaf dat wij binnenkort verhuizen. Ik schreef er hier al eerder over.
De hele winter hebben we hen niet gezien en vooral niet gehoord, stond het huis naast het onze leeg (de buurman liet in een spottend mailtje aan mijn man weten dat ook hij zijn huis zou gaan verkopen), maar nu waren ze er weer voor het weekend.

Enkele dagen later kreeg ik plots een mail van de buurman. Dat ik mijn natte droom over de buurjongen mocht opbergen. Dat hij niet speciaal voor mij was komen aanbellen om zijn bal terug te vragen.
De avond voor die zondagochtend toen de bal tussen de haag door werd geduwd, was de bal ook al eens in onze tuin terechtgekomen. Toen had een van de jongens aangebeld en had mijn man opengedaan en de bal teruggegooid. De buurman dacht duidelijk dat mijn grapje over dit voorval ging, en dus verzonnen was; van de bal op zondag zal hij niet geweten hebben. Aangezien hij geen facebookvriend van me is, en dus mijn profiel niet kan zien, moet hij de informatie langs andere kanalen gekregen hebben. Foute informatie dus. En als mijn vermoedens van wie de inlichter is, kloppen, kan ik gerust zeggen: moedwillig foute informatie.
Verderop in zijn mail kwam de aap uit de mouw. Waar het hem werkelijk om ging, wat hem blijkbaar nog steeds erg hoog zat, was die éne keer dat mijn man bij hem is gaan aanbellen, vorige herfst (zie 2 oktober), nadat hun muziek zo luid werd gedraaid dat onze muren ervan trilden. Na weekends lang uit onze slaap te zijn gehaald en gehouden zonder dat we daar iets van hadden gezegd. Na weekends lang in de warme nazomer de ramen aan de achterzijde van het huis dicht te hebben moeten houden tegen het lawaai en de stinkende vuurtjes die in de buurtuin werden gestookt tot ver na middernacht. We konden niet eens ‘s avonds rustig naar een serie kijken, ook niet met gesloten ramen. Dus ging mijn man, moegetergd maar rustig en met een glimlach op het gezicht, uiteindelijk eens één keertje aanbellen om beleefd te vragen of de muziek stiller kon, of tenminste onze nachtrust zou worden gerespecteerd. De buurmans rare, geïrriteerde reactie was toen: ‘Ik mag hier toch ook zijn!’ Alsof mijn man iets
anders had beweerd.
Na nog wat dreigen met ‘in mijn huis mag en zal er geleefd worden, dus is het misschien best dat jullie vanaf nu in de weekends op reis gaan naar een onbewoond eiland’, eindigde de mail met: ‘De volgende keer mag je de bal houden, zie het dan maar als een kadootje van het buurjongetje uit je dromen’.
Nadat we eens goed hadden gelachen, konden we hem alleen nog maar zielig vinden.

Ik heb gereageerd op dat bericht, hem gewezen op zijn foute aannames, mijn leeftijd, en zijn zieke gedachten.
En hem laten weten hoe grof ik zijn mail vond, temeer daar wij altijd beleefd en correct en vriendelijk tegen hem zijn geweest. Ook na alle overlast die we maar slikten, totdat het zo ongezond voor me werd dat ik een waarschuwing van de dokter kreeg.
Ik kreeg geen reactie meer, maar dat had ik ook niet verwacht.

Sindsdien klinken er elk weekend geforceerd gegier en gebrul vanuit de buurtuin, ook ‘s nachts, en wordt de gemeenschappelijke haag aan flarden gevoetbald. Er zijn ook steeds nieuwe boorwerkjes die steevast om kwart voor tien ‘s avonds moeten gebeuren.
Net zoals vorige herfst, slapen wij tijdens de weekends weer in de kamer aan de voorzijde van het huis, dus ik vermoed dat men er in de omringende huizen aan de achterkant meer last van heeft dan wij.
Toch tellen we af naar de datum waarop we kunnen verhuizen, en voorgoed van die zieligaard af zijn. Nog twintig dagen.