Selecteer een pagina

Ik leerde C kennen in 2003, via een datingsite. Hij was een mooie man, aantrekkelijk. Fijne humor, een aangename dosis zelfspot. Hij had film gestudeerd bij Erik Van Looy, zei hij, en mensen vonden dat hij een beetje op Erik leek, maar dat zag ik niet.
We wisselden heel wat berichten uit en wilden elkaar toen ook ontmoeten. In het Rubenshuis in Antwerpen liep een tentoonstelling van Panamarenko en daar wou hij met me naartoe. Ook al was ik geen fan van Panamarenko, ik stond er wel voor open en dus zegde ik toe.
De tekeningen maakten weinig indruk op me, C des te meer. Hij ging op een plagerige manier met me om, zoals ik hem ook al kende van zijn berichten. Hij was een goede schrijver. We waren nog wat onwennig bij elkaar, en besloten dat te doorbreken met een tweede afspraak. En daarna volgden er nog meer.

Er was een uitstap naar Oostende waar we een tentoonstelling van Ensor bezochten en daarna het strand, waar het veel te druk was. C spreidde een handdoek uit en haalde de picknick boven die hij van thuis had meegebracht. Hij vertelde een beetje lacherig over zijn rijke familie met bourgeois maniertjes en landhuis in Frankrijk en dat hij zich daar niet bij voelde thuishoren. Hij was het buitenbeentje, de gewone jongen. Wat verderop op het strand zagen we een man met een rug die zo fel was behaard dat ik er een beetje mee lachte en hij deed vrolijk mee. Bij een van onze volgende afspraken, op een snikhete zomerdag waarop we de stad ontvluchtten en naar de villa van zijn broer trokken om daar de namiddag in de tuin met zwembad door te brengen (de broer en zijn gezin waren op reis), ontdekte ik dat C òòk veel haren op zijn rug had (gelukkig blonde) en ik schaamde me een beetje.
Hij studeerde voor een of ander examen voor zijn werk, ik las een boek. Omdat het rieten dak van het huis net was vervangen, lagen er allemaal kleine stukjes riet en stof in het zwembadwater, maar C dook er onbezorgd in. Ik bleef liever aan de kant. Plots hoorden we vanuit het huis stemmen, en daar verschenen C’s ouders, geheel onverwacht. Zij hielden een oogje in het zeil tijdens de afwezigheid van hun andere zoon. Ik had hen niet eerder ontmoet, het was niet zo dat C en ik een ‘relatie’ hadden, we waren elkaar nog wat aan het aftasten en méér dan zoenen hadden we niet gedaan. C trok een T-shirt aan en stelde mij netjes en een beetje blozend voor aan zijn ouders, die me vriendelijk een hand gaven en ook de indruk te denken dat er sprake was van een serieuze relatie. Ze leken er in elk geval van uit te gaan dat ik broer A kende en al vaker bij hem thuis was geweest. C zette niets recht, misschien omdat het beeld van wat gescharrel dat daar dan voor in de plaats kon komen ook niet ideaal was.
De ouders namen al snel afscheid, wensten ons nog een fijne dag en zeiden uit te kijken naar een volgende ontmoeting.

Soms kwam C bij mij thuis op bezoek en dan bracht hij een diepvriespizza van Dr. Oetker mee en een zakje voorgewassen sla. Of we gingen naar een openluchtfilm op een binnenplaats langs de Meir in Antwerpen, ‘Babette’s Feast’. En naar openluchttheater op een geheime locatie in de haven van Gent. In mijn herinnering was het altijd mooi weer als C en ik met elkaar afspraken. We lachten veel, hadden het goed samen.

Eén keer ben ik bij hem thuis geweest in Berchem. Dat was na onze uitstap naar Oostende, hij zou pasta voor me koken. In zijn woonkamer stonden vier aan elkaar vastzittende roodfluwelen stoeltjes uit een afgebroken bioscoopzaal. Daar was hij trots op. Film was dan ook zijn leven. Van de rest van zijn appartement herinner ik me niets, behalve dat er boven zijn bed een schilderijtje hing dat ik beter wou bekijken. Dat weet ik nog, omdat hij me die avond sms’te dat de kuiltjes die mijn vuisten in zijn hoofdkussen hadden gemaakt bij het bekijken van het schilderij, nog steeds zichtbaar waren, en dat hij ze niet wou stukmaken.

Enkele weken later zaten we op een warme avond in mijn tuin, ik op zijn schoot. Hij droeg een wit shirt en rook lekker. In zijn zoenen voelde ik iets wat niet klopte. En toen vertelde hij me dat het hem beter leek om elkaar even niet meer te zien. Hij dacht niet klaar te zijn voor een relatie, had te veel afgezien van de scheiding met zijn vrouw, die nog niet zo ver in het verleden lag. Ik vond het jammer, maar begreep het. Ik was niet stapelverliefd, maar genoot van zijn gezelschap en de pret die we altijd hadden samen. De fijne gesprekken, de humor, de plagerijtjes, de galanterie.
Hij had me eerder al verteld over zijn huwelijk en de moeilijke breuk. Het intrigeerde hem dat ik op exact dezelfde dag, zelfs bijna hetzelfde uur, was geboren als zij. Hij herkende ook dingen van haar in mij, zei hij, vroeg zich af of er dan toch iets van waarheid schuilde in astrologie. Kortom, ik deed hem te veel aan haar denken, hij wou iets helemaal anders nu. Ik liet hem gaan, treurde enkele dagen, maar zag geen reden voor boosheid.
We hielden nog een beetje contact via berichtjes, zoals het allemaal was begonnen, en op zekere dag liet hij me weten dat hij weer samen was met de ex. Stilaan hielden ook de berichten op.

In 2008 kreeg ik plots een vriendschapsverzoek van hem op facebook, dat ik aanvaardde. Ik was inmiddels samen met mijn huidige man, en C bleek ook een relatie te hebben, maar niet met mijn leeftijdgenote. Op foto’s op zijn profiel zag ik een erg mooie vrouw die zo uit een Franse film zou kunnen zijn gestapt, en een schattig zoontje. Hij vroeg me hoe het met me ging, we wisselden enkele berichtjes uit. Hij verontschuldigde zich voor destijds, maar dat vond ik niet nodig. Na nog enkele berichten, soms met enkele jaren ertussen, stopte het, en het was goed zo. Af en toe gaven we elkaar nog een like of commentaar op een of andere status, maar ook dat is inmiddels weer lang geleden.

Ik moest daarstraks aan hem denken, toen ik op facebook een status van zijn broer A zag passeren. A, in wiens tuin ik ooit een zonnige namiddag heb doorgebracht maar die ik nooit heb ontmoet, stuurde me enkele jaren geleden ook een vriendschapsverzoek. Ik vroeg me af of hij wist wie ik was, of dat hij gewoon had gezien dat ik een vriendin ben van zijn broer.
Zijn status voerde me naar het profiel van C. Dat blijkt al sinds de zomer niet meer geüpdatet te zijn, en zelf had ik ook een facebookpauze van acht maanden. Zijn profielfoto werd afgelopen zomer nog vervangen, zag ik, hij is nog steeds een knappe man.
Het lijkt alsof hij alleen maar in zomers bestaat. Van zijn mooie vrouw zijn alle sporen gewist. Ik hoop dat het goed met hem gaat.

 

(foto: Luis Ortiz. Voor het Rubenshuis, ca. 2003)