Selecteer een pagina

Ik ga soms naar de Aldi, speciaal voor hun lekkere rozijnenbroodjes. Met een paar schijfjes brie ertussen zijn die heerlijk. Die brie koop ik dan elders.
Om de broodjes uit de toog te halen, dien je een knijptang te gebruiken. Voor de hygiëne. Maar die tangen zijn meestal zo plakkerig van boven tot onder, dat ik ze niet zo hygiënisch vind, maar ook niet aangenaam om vast te nemen en daarna nog een hele tijd met plakkerige vingers te moeten rondlopen. Ik heb ze dan ook opgegeven, en sindsdien neem ik voorzichtig mijn twee rozijnenbroodjes tussen twee vingers vast om ze vervolgens in een zakje te laten glijden. Daarbij let ik er heel goed op geen ander broodje aan te raken.
Vanmorgen was ik bezig met deze taak, toen een winkelbediende me passeerde en in het voorbijgaan zei: ‘Daarvoor moet je een tang gebruiken.’ Ik antwoordde: ‘Ik zorg ervoor dat ik alleen mijn broodjes aanraak.’ Waarop zij: ‘Maar dan nog.’ En toen was ze weg.
Terwijl ik aan de kassa stond aan te schuiven, voelde ik me een berispte kleuter. Ik begon na te denken over die ‘maar dan nog’. Ik begreep dat het de taak van de winkelbediende is om mij op hun regels te wijzen, en dat zij er ook niet op kan vertrouwen dat wie geen tang gebruikt, ervoor zorgt de andere broodjes niet aan te raken. Er zullen ongetwijfeld klanten zijn die met volle hand in de bakken graaien en misschien zelfs even in alle broodjes knijpen om ze te testen op hun versheid. Maar ìk ben iemand die aan anderen denkt. En hygiëne belangrijk vindt.
En hoezo ‘maar dan nog’? Wat wou deze vrouw daarmee zeggen? Dat ze mij niet vertrouwde? Dat ze geen geloof had in mijn fijne motoriek? Of was ze misschien bezorgd om mijn gezondheid? Dacht ze dat mijn handen zo vuil waren dat ik straks niet veilig mijn broodjes zou kunnen opeten?
Ik betaalde braaf mijn twee rozijnenbroodjes en de flacon antibacteriële zeep, die ik toevallig ook nog had gekocht.