Selecteer een pagina

In een interview met Bregje Hofstede, over haar nieuwe roman ‘Drift’, zo autobiografisch dat het hoofdpersonage ook Bregje Hofstede heet, las ik: “Ze is voortdurend bang om iets verkeerds te doen en niet langer bemind te worden. Ze past zich aan, op een vergaande manier. Vandaar dat ze zo keurig – bijna ingehouden – naar de kloten gaat.”
Ik herken dit zo. Me aanpassen, daar doe ik steeds minder aan mee, maar die angst iets verkeerd te doen gaat er maar niet uit. Als je als kind zo vaak te horen en te voelen hebt gekregen dat je niet deugde, en ook nog eens niet snapte waarom, dan is dat natuurlijk niet verwonderlijk. Ik ben dan ook op een gegeven moment keurig naar de kloten gegaan. Plots wist ik niet meer hoe te ademen en werd ik overspoeld door angst. Terwijl mijn leeftijdsgenoten aan hun eerste job begonnen, zat ik ziek thuis. Het zou een geworstel van jaren worden. In een steeds engere wereld, waarin bijna alles een opdracht werd. Tot op de duur ook mijn bed niet meer veilig was.

Enkele dagen geleden vroeg ik me plots af wie die onder een schuilnaam verborgen tegenspeler in wordfeud ook alweer was. Ik speel al geruime tijd tegen hem; ooit voegde hij me toe via facebook en toen zullen we wel hebben kennisgemaakt. Ik vroeg hem dus, middels de wordfeud chatfunctie, mij even aan zijn naam te herinneren, en daarop kreeg ik als reactie: ‘Ooh Katrin …’, en daarna zijn naam. In die ‘Ooh Katrin …’ las ik zoveel teleurstelling dat ik ervan schrok. Weer iets verkeerd gedaan, flitste door mijn hoofd. En door me bij mijn naam te noemen, toonde hij dat hij zich mijn naam wèl nog herinnerde. Want ik speel ook onder een pseudoniem. In mijn hoofd begon ik mezelf te verdedigen: ik toon net interesse in je, wil weten wie je bent. Als je me onverschillig liet, dan had ik niet naar je naam gevraagd. We hebben ook nooit contact op facebook! En toen besefte ik waar ik mee bezig was. Ik wou niet uit de gratie vallen bij een onbekende.

Het interview met Bregje Hofstede, wier boek ik zeker zal lezen, bracht enkele bittere herinneringen naar boven. Ik zei tegen mijn man: ‘Als je een moeder hebt die jou zo verwerpelijk vindt dat ze het nodig achtte je eerste man vlak voor je huwelijk apart te nemen om hem te ‘waarschuwen’, hem te vragen of hij wel goed wist waar hij aan begon, dan hakt dat erin. Dan is er iets in jezelf dat zich een leven lang blijft afvragen of zij dan iets zag wat voor jou een blinde vlek is. Of je inderdaad wel de moeite waard bent om van te houden.’ Mijn stem werd onvast en hij nam me in zijn armen. Ik hoorde hem slikken, vroeg of hij geen spijt had dat hij met mij is getrouwd. ‘Nee, daarvan heb ik geen spijt’, verzekerde hij me.

Er is iemand die in de loop van de voorbije dertien jaar twee zelfmoordpogingen deed omdat hij niet bij mij kon zijn. Omdat ik niet méér dan vrienden wou zijn. We hebben al jaren geen contact meer omdat hij dat niet aankan. Enige tijd geleden liet hij me plots via sms weten euthanasie te hebben aangevraagd omdat een leven zonder mij hem ondraaglijk was geworden.
Het toont hoe weinig hoe anderen ons zien, met onszelf te maken heeft.

Ik heb dit geleerd: er zijn mensen die een hekel aan je hebben, wat je ook doet. En er zijn mensen die van je houden, wat je ook doet.