Selecteer een pagina

Ik zit met twee vriendinnen op een gezellig terras onder een grote parasol. We drinken koffie. Het is nog vrij vroeg op de dag, maar het belooft warm te worden. Bij onze cappuccino’s kregen we kleine huisgemaakte gebakjes en een potje slagroom. Meestal vergeet ik bij het bestellen te vermelden dat ze die dingen achterwege mogen laten. Zonde om dat telkens onaangeraakt terug te moeten sturen naar de keuken. Deze keer heb ik er wel aan gedacht. Vriendin D niet. Haar schaaltje slagroom heeft het lastig en geeft zich minuut na minuut een beetje meer over aan de oplopende temperatuur.
Het laatste jaar heeft zij, met de hulp van een diëtiste, heel wat kilo’s verloren. Na een bijna levenslange strijd.
Ze is duidelijk trots op haar nieuwe figuur, dat ze nu al een hele tijd weet te behouden. En terecht. Ik weet hoeveel inspanning en afgeslagen ijsjes (en geld) het haar heeft gekost. Dat ze nooit slank zal worden, daar heeft ze zich bij neergelegd. Ze straalt de laatste tijd. Toch blijft eten en alles daarrond haar favoriete gespreksonderwerp. In haar hoofd is ze er altijd mee bezig. Dat zit nog vol met ijsjes.
Tussen twee slokken van haar cappuccino met steviatabletjes door, zegt ze tegen mij: “Jou heb ik nooit te mager gevonden, maar haar wèl.” Bij die ‘haar’ knikt ze naar de andere vriendin. “Hé?”, richt ze zich tot haar ter bevestiging. “Jij hebt er toch echt slecht uitgezien, hè? Maar nu zie je er goed uit.” De andere vriendin zegt: “Maar daar kon ik niks aan doen.” “Ja, dat weet ik wel”, sust D.

Gisteren wandelde ik met de andere vriendin door het bos, alleen wij twee. Toevallig hadden we het ook over voeding. Ik vertelde haar dat sinds ik dagelijks een uurtje yoga doe, ik vanzelf meer ben gaan letten op wat ik eet. Als je niet op je lijn hoeft te letten en kan eten wat je wil, is het verleidelijk om naar troostvoedsel te grijpen. Taartjes en andere gesuikerde dingen. Maar nu ik zo intensief met mijn lichaam aan de buitenkant bezig ben, ga ik vanzelf ook beter voor de binnenkant zorgen. Ik at al wel veel fruit en groenten en erg weinig vlees en helemaal geen sauzen of gefrituurde dingen, maar dus ook gebakjes en chocolade en zo. En te veel brood, waar ik een opgeblazen gevoel van kreeg, ook al was dat geen wit brood. Ik had moeite om daarvan af te geraken, voelde me er niet goed bij. Omdat je bent wat je eet, daarvan ben ik overtuigd. Maar nu lukt dat dus vanzelf.
Dat vertelde ik aan mijn vriendin, die al jaren heel gezond eet, en op restaurant, wanneer we met de drie vriendinnen uit eten gaan, steevast kiest voor het stukje magere vis met groenten en geen dessert, terwijl D en ik ons vaak lieten verleiden door pasta’s en dame blanches met warme chocoladesaus. Ik zei: “Sinds enkele maanden let ik veel meer op wat ik eet.” Meteen gleden haar ogen over mijn lichaam, op zoek naar bewijs.
Soms denk ik: wat moet het toch heerlijk zijn een man te zijn.