Selecteer een pagina

Gisteren tekenden we bij de notaris de aankoopakte van ons nieuwe huis en kregen we de sleutels. Het is van ons.
Toen ik even later in het huis stond, waar we samen met de verkoper de overdrachtpapieren van gas, elektriciteit en water invulden, voelde het allemaal nog erg onwerkelijk aan. Het was nog niet mijn huis.
Ook nu, een dag later, liggen de sleutels zwaar en vreemd in mijn handtas aan de kapstok. Ze ruiken naar metaal. Bij het omdraaien ervan in het sleutelgat van de voordeur was bij elke omwenteling een nog diepere klik te horen. Iets onverbiddelijks.
We maakten grapjes met de vorige eigenaar, maar dat was eerder uit nervositeit. Hij ging weg met spijt in ogen en stem, en dat was geruststellend om te zien.

‘s Avonds gingen we uit eten, om onze aankoop te vieren. Omdat het zo lang geleden was, hadden we hiervoor een restaurant in Mechelen uitgekozen waar we destijds, toen we er nog woonden, graag kwamen. Toen werd het uitgebaat door twee mannen; de ene stond in de keuken, de andere met een brede glimlach in de zaal. Je voelde je er welkom, op het overdrevene af. Wij lachten daar wel eens mee, maar altijd goedbedoeld. Want dat apprecieer ik zo: mij welkom voelen in een zaak.
Toen ik enkele dagen geleden reserveerde, had ik al ontdekt dat het restaurant onlangs is overgenomen. Toch wilden we de gok wagen. Misschien was het er nog steeds even aangenaam en lekker.

Op bijna alle tafels lag een bordje met ‘gereserveerd’. Dat leek mij een goed teken. Bij het betreden van het restaurant was de gastvrouw ons niet verheugd glimlachend tegemoetgekomen, zoals we gewend waren, maar bleef ze een beetje afwachtend achter haar toog staan. Vriendelijk was ze wel.
Het was er nog niet druk, dus we kregen snel de kaart.
Er kwamen twee opgedirkte vrouwen binnen, duidelijk van het type ‘hier zijn wij’. Ze vroegen in het Engels of er nog een tafel voor hen was, nee, ze hadden niet gereserveerd. Nog één, zei de zaalmevrouw. En kunnen jullie de deur dichtdoen!, snauwde ze een beetje. Allemaal in het Nederlands. Dat verstonden ze, maar blij waren ze niet met de hen aangewezen tafel (waar mij niets mis mee leek), en een beetje morrend sloten ze de deur en gingen zitten. Waarna ze weer opstonden en begonnen rond te lopen. Naar de kapstok, naar het toilet. Koude lucht kwam de zaal binnengekropen. Vast alweer een deur die was blijven openstaan.
Bij het bestellen vroegen ze uitleg over de kaart. Daar wist de dienster zich geen raad mee, ze was duidelijk het Engels niet machtig. ‘Euh, kip … kip … kip’, stond ze daar. Mijn man, die met zijn rug naar hen toe zat, draaide zich met een zuchtje om en zei: ‘chicken’. ‘O ja’, klonk het opgelucht. ‘Daar kon ik nu maar niet opkomen.’ En toen begon ze over scampi, en vroegen de Engelstalige dames: shrimp? ‘Yes, shrimp’. Maar bij het neerzetten van de
borden wat later, waren het toch weer ‘scampi’ en ‘kip’.
Veel ervaring had ze blijkbaar nog niet, deze zaalmevrouw / dienster. Ze liep de hele tijd rond als een chicken zonder kop, nam hier bestek weg en legde het daar neer, om het even later ook daar weer weg te nemen. Bij het afruimen van onze borden werd niet gevraagd of we een dessert of koffie wensten (wat niet het geval was), maar die vraag kwam alsnog toen mijn man ging afrekenen. Ze pufte een beetje van ‘pfoeh, wat is het druk vandaag, dat ben ik niet gewend op een dinsdag’.
Hoewel het eten lekker was, had ik voor mezelf toch al besloten dat ik hier niet meer zou komen. Zonder de bijna onder zijn hartelijkheid bezwijkende eigenaar was het toch niet meer hetzelfde.

Vandaag keerde ik terug naar het, ons nieuwe huis. Ook al is het nog maar enkele jaren oud, toch laat de afwerking te wensen over. Ik doorliep het hele huis en noteerde en fotografeerde alles wat moet worden aangepast.
Buiten kwam ik nog voor een verrassing te staan. Een onaangename. Toen ik rond het tuinhuis liep, ontdekte ik dat de achterkant gedeeltelijk is ingezakt. Er gaapt een groot gat, en aangezien het zonlicht volop op de vloer scheen, vermoed ik dat ook het dak niet meer heel is.
Hoe we dat nu niet hadden gezien bij onze talloze bezoeken aan en inspecties van het huis (zelfs met twee experts) … Ik stuurde een foto van de bouwval naar mijn man, op zijn werk in Brussel. ‘O’, reageerde hij, ‘ja, daar stonden bij onze eerdere bezoeken die afvalcontainers voor, hè’.
Dat tuinhuis moeten we afbreken dus, en oké, het was niet al te groot en nu kunnen we er een naar onze smaak zetten, maar we hadden er wel op gerekend om grasmachine en fietsen en nog wat andere spullen in te zetten, want een garage is er niet. Maar dat de makelaar die ons het huis toonde daar niets van heeft gezegd, het zelfs opzettelijk heeft verborgen, daarover voelen we ons toch verontwaardigd.