Selecteer een pagina

“Ik klopte op de deur van mijn broers kamer. Ik weet niet waarom ik dat deed. Ik was er in geen jaren binnen geweest. Misschien maakte de dood mij zo bang dat ik niet alleen wilde zijn. De blik van mijn broer toen hij opendeed. Zoals hij naar mij keek. Het leek op oneindige pijn en berusting. Maar hij deed open. En ik ging naar binnen. De zwartblauwe gordijnen waren dicht. Het was er donker en zijn bureau stond vol computers, met op de grond een drummachine, versterker, luidsprekers, instrumenten in hun standaards en overal dikke slangen van snoeren. En het stof dat schitterde in de baan van licht die tussen de gordijnen door naar binnen viel. Ik ging op het onopgemaakte bed zitten. Probeerde het dekbed recht te trekken voordat ik me er languit op neer liet vallen. En wat nu? Wat deed ik op zijn kamer, wilde mijn broer weten. Dat kon ik lezen uit zijn blik. Wat doe je hier? Wat had je je voorgesteld? Hoe moeten we met elkaar omgaan? Ik haalde mijn schouders op, in een reflex, iets wat ik vroeger altijd deed en ik schrok ervan hoe diep die reflex zat. Dat die er zomaar was, nu, in mijn broers kamer. Je schouders ophalen, dat was bijna zoiets als praten. Ik denk dat ik mijn schouders ophaalde om te zeggen: doe gewoon wat je altijd doet als je hier binnen bent. Trek je niets van mij aan. Ik denk dat hij me begreep want hij plugde de snoeren van de versterker en de drummachine in. De beat klonk net als wanneer je met een vork op het aanrecht slaat. Hij hing zijn gitaar om en zette ook die aan, en de luidsprekers. Terwijl hij me aankeek, deed hij een stap naar achter en begon te spelen en toen hij zong, was het alsof hij huilde. Ik keek hoe mijn broer daar in het Engels stond te zingen. Het was een lied over Laura, een meisje waar iedereen naar keek, maar waar niemand mee mocht praten. Het voelde alsof ik mijn broer even voor mezelf had, zolang hij speelde mocht ik naar hem kijken. Ik volgde zijn gezicht. Hij hield niets achter, hij was zich niet van zichzelf bewust, zong volkomen vrijuit. Het was spannend om naar hem te kijken en ik wilde dat het lied nooit zou ophouden, maar dat deed het natuurlijk wel. Ik had hem gezien, maar nu was het voorbij. Hij ging bij de deur staan alsof hij wilde zeggen dat ik nu naar mijn eigen kamer moest gaan. Ik ging zijn kamer uit, liep vlak langs hem. Was ik bang? Op dat moment niet.”