Selecteer een pagina

Ik was op een crematie en daar waren ook, onder de mensen die ik ken:

– een man in de steek gelaten door zijn broer en door zijn stiefdochter
– een vrouw in de steek gelaten door haar zus
– een man in de steek gelaten door zijn moeder
– een vrouw in de steek gelaten door haar dochter en door haar moeder
– een overledene in de steek gelaten door haar dochter

Niemand van deze mensen had hiervoor gekozen. Niemand had de verzoeningspogingen gestaakt.
Al deze mensen waren warm en omringd door warmte.

Na de dienst en het verlaten van het gebouw, slaagde de familie – of wat er nog van over was – er maar niet in afscheid te nemen. We stonden in de zachte herfstzon, bleven praten hoewel alles al was gezegd, en van dat lange staan wou mijn lichaam plots flauwvallen.
Ik keek rond naar iets om op te kunnen zitten, maar er waren enkel stenen en vijver, hield me dan maar vast aan de schouder van mijn man. ‘Ik ga flauwvallen’, fluisterde ik, maar werd niet gehoord.