Selecteer een pagina

Ik denk altijd dat een boek dat ik van de bibliotheek leen vòòr mij door een vrouw werd gelezen. Ik denk dit niet bewust.         Soms zou ik, wanneer het buiten donker is, in mijn eigen huis willen kunnen binnenkijken zoals ik dat bij de achterburen kan. Kijken of ik ook zo gezellig leef, en hoelang ik boven mijn bord met warme havermout zit te dagdromen.         Meestal lees ik in de zetel of in bed, maar in mijn fantasie is mijn favoriete leeshouding er een waarbij ik met opgetrokken benen op een keukeneilandkruk zit, het boek op mijn blote knieën (en ik weg van de wereld).         Het komt wel eens voor dat mensen mij dingen vergeven die ik niet heb gedaan.         Ik drink groene thee omdat dat gezond is, niet omdat ik die lekker vind.         Bij sommige mensen voel ik me uitgegeven.         Wanneer de yogalerares tijdens een overgavehouding, rugliggend op de grond en de armen gespreid als een verloren Jezus, een lijnzaadzakje (met lavendelgeur) op mijn open handpalmen legt, dan wil ik mijn handen nooit nog van de grond krijgen. Iemand vertrouwde me na de les toe: ik word graag zo aangeraakt.         Wanneer ik applaudisseer, tintelen mijn handen. Soms klap ik totdat mijn ring mijn vinger martelt.         Ik ben lang geleden gestopt met dagboeken omdat ìk dat niet was, op die pagina’s. En omdat na mijn dood niemand al mijn ikken zou begrijpen, of zelfs maar kennen. Soms denken mensen mij te kennen en dat vind ik zo arrogant, want ik ken niet eens mezelf. (Omdat ik alles ben, alles zou kunnen zijn.)         Ik droom nog regelmatig dat mijn broer me slaat en ik om hulp roep zonder stem.         Als je geen verlangen voelt naar het lengen van de dagen, denken sommige mensen dat er iets mis is met je. Zo is het ook verdacht als je van alle seizoenen houdt. Of van zomerregen.         Ik laat gerechten altijd langer in de oven staan dan voorgeschreven.         Wanneer mijn meditatie-app me zegt dat ik genoeg ben, voelt dat als een bevrijding, maar wanneer daar dan op volgt dat ik genoeg hèb, ben ik het daarmee niet eens.         Bij sommige mensen voel ik me uitvergeven.         Ik hou van voormiddagzonlicht. Soms zo erg, dat het me ontroert.         Mijn grootmoeder verplaatste mijn potlood steeds weer van mijn linker- naar mijn rechterhand. Ik schrijf rechts, maar de linkerhand bleef dominant. Als ik mijn haren was, voelt het alsof mijn rechterhand zomaar wat doet, afkijkt van de linkse.         Wanneer bij het pellen van een mandarijntje het schilvocht verstuift, of bij het loswikkelen van het label van een theebuiltje een wolkje fijn poeder vrijkomt, dan vind ik dat mooi.         Ooit had ik een telefoongesprek dat zeven uren duurde, met iemand die ik nog niet had ontmoet. Ik maakte er een einde aan omdat het vijf uur ‘s ochtends was en ik nog wat wou slapen. Er zijn ook mensen tegen wie ik niets te zeggen heb.         In bad houd ik mijn handen boven water omdat ik geen verrimpelde vingers wil.

 

(tekening: Marieke Eggermont)