Selecteer een pagina

Een samenvatting van de voorbije dagen. Kerst en Nieuwjaar passeerden onopgemerkter dan andere jaren. De opluchting dat het alweer voorbij was bleef dan ook uit. Terwijl iedereen nu juicht van ‘de dagen lengen, eindelijk!’, denk ik: ik heb lange nachten nodig om te slapen. In tegenstelling tot velen word ik niet somber van donkere dagen. Het blijft mij allemaal gelijk, elk seizoen heeft een mooie kant. Genieten gaat mij makkelijk af, het hele jaar door.

Toen ik op oudejaarsdag via Messenger een kettingnieuwjaarswens kreeg toegestuurd van iemand die ik de voorbije jaren als mijn beste vriendin beschouwde, en van wie ik sinds ik een half jaar geleden ben verhuisd niets meer hoorde tenzij ik zelf contact opnam (waar ik uiteindelijk mee opgehouden was), moest ik huilen. Enkele uren later kreeg ik van een vage kennis net dezelfde foto. Het was er zo een die je snel en makkelijk naar je hele facebookvriendenlijst stuurt. Ik snikte op een schouder: wat is vriendschap nog waard? ben ik dan zo wegwerpbaar?, en kreeg als antwoord: tja, uit het oog is uit het hart. Tegen zo’n wereld blijf ik me verzetten.
Waarom zeg je haar niet dat je jullie vriendschap mist? vroeg hij. Omdat ik wil dat mensen met me omgaan omdat ze daar zin in hebben, zei ik. Ik woù het haar ook zeggen, toen ik die nieuwjaarswens zag binnenkomen. Omdat ik me had voorgenomen dat ik nu eens iets van haar moest horen eerst. Tot ik dus ontdekte dat het om een kettingfoto ging die niets met mij te maken had.
Ik hèb dat trouwens eens gedaan, een vriendin gevraagd waarom er plots die afstand was. Zij werd toen kwaad, zei dat ik me dingen inbeeldde, en gebruikte later ook nog mijn vraag om opheldering als reden voor onze breuk. Dat vond ik zo oneerlijk, en daar ben ik zo van geschrokken, dat ik die weg geen tweede keer zal bewandelen.

In het nieuwe jaar ging ik te voet een kaartje bij een vriendin in de bus steken, en op de weg ernaartoe beet een hond zich vast in mijn been. In paniek gilde ik. De hond wou maar niet lossen, het baasje stond erbij en keek ernaar, en sprak me, eens bevrijd, aan met een verontwaardigde blik: maar mevrouw, hij heeft toch niet gebeten? Ik lag twee avonden met bonzend hart en blauwe kuit en boosheid in mijn bed. Dacht: dit keer ga ik me eens niet laten doen, ik doe aangifte! Niet vanwege de hond, maar vanwege de vrouw die hem zijn gang liet gaan. Alsof het normaal was, wat daar gebeurde. De volgende dag wandelde ik weer voorbij het huis waar vrouw en hond uit waren verschenen, mijn man naast mij. Hij had me aangemoedigd: ik ga mee, ik vang alle bijtende honden voor je op. Die avond bestelde hij een ultrasone hondenverjager voor me.

En er was ook nog de dokter die ons de stuipen op het lijf joeg. Hij stuurde mijn man zonder enige uitleg naar een specialist, en in mijn fantasie was ik al weduwe. Ik dacht: ik kan dat niet. Maar natuurlijk kan ik dat wel, als het moet. Ik heb al zoveel gekund waar ik geen zin in had. Maar alles kwam goed. Voor nu toch.