Selecteer een pagina

Ik wandel naar de broodautomaat en kom een donkere vrouw tegen, groet haar, zij knikt verlegen terug. Ik stap voorbij de moderne paalwoning en zie tussen de palen de auto’s met nummerplaten FCK en RUK broederlijk naast elkaar staan, en vraag me niet voor het eerst af wie zoiets grappig vindt. Wat verderop liggen een wit en een zwart schaap onder een boom met goudgele peren die eruitzien alsof ze elk moment kunnen loslaten.
Aan de broodautomaat staan een jonge jongen en een jong meisje, met allebei een fiets tussen hun benen. Hij heeft zijn hand op haar arm, zij kijkt nors, ze zwijgen. Omdat ze de toegang tot de automaat blokkeren, blijf ik even stilstaan vòòr de fiets van het meisje. Ook ik zwijg; de sfeer is te geladen voor woorden en het lijkt me duidelijk wat ik wil. Niemand beweegt. Ik maak dan maar een rondje en benader de broden van een andere kant. Op dat moment fietsen beiden geruisloos weg.
Op de terugweg kom ik opnieuw de donkere vrouw tegen. Ditmaal duwt ze een wagentje met daarin een peuter met palmboomstaartjes. Het meisje steekt haar armpje uit en wijst naar mij, brabbelt iets wat ik niet versta. De moeder lacht, nog steeds verlegen maar al iets minder. Het brood onder mijn arm verwarmt mijn buik.

Tijdens de yogales moeten we op een smal kurken blokje zitten zonder te zitten. Niemand brengt er iets van terecht. We hangen daar in een er ongetwijfeld lachwekkend uitziend hurken, proberen niet om te klappen met blokje en al. Een kwartier later staan vriendin C en ik aan het fietsenrek te lachen en te trillen op onze benen. Onze fietsen ruisen over de heerlijk verlaten, donkere straten.
Later appen we nog wat met elkaar over vasten. Omdat wij de laatste helft van ons leven zo fit mogelijk willen ingaan, dragen we zorg voor binnen- en buitenkant. Nu moet het gebeuren. Wij willen voorbereid zijn! Na de 5:2-methode, hebben we nu ook gehoord over 16:8. Zestien uur vasten en acht uur mogen eten lijkt ons heel wat haalbaarder dan twee dagen per week een grommende maag en slecht humeur. Beide methodes zouden kankercellen tijdig opruimen en allerlei welvaartsziektes op afstand houden. Ik denk: hé, die 16:8 doe ik nu ook al ongeveer. Het lijkt mij toch teleurstellend makkelijk, schrijf ik aan C. Alsof aan je gezondheid werken pijnlijk moet zijn. Ik trek naar mijn yogakamer en oefen nog wat met het blokje. Hèhè, pijn dat dat doet.