Selecteer een pagina

Mijn oude school wordt afgebroken. Het was al lang aangekondigd, en we konden er vorig jaar op een zaterdag in mei nog terecht om afscheid te nemen, maar nu het ‘echt’ wordt, moest ik er toch nog eens naartoe voor nog méér foto’s dan ik vorig jaar al nam. Stiekem hoopte ik ook een sloopkogel aan het werk te kunnen zien. Het brute werk, de harde confrontatie. Een manier om je even erg levend te voelen.

Maar alles is er verlaten en stil. Het hek van de omheining staat op een kier; ik glip zonder nadenken de speelplaats op, met een vaag gevoel iets te doen wat wel niet zal mogen. Niemand komt tevoorschijn en ik begin foto’s te nemen. Van de majestueuze gevel, de lege refter, het dikke en op sommige plaatsen wel erg hoge onkruid tussen de speelplaatstegels, de kapotte raampjes overal, de diepe kuil die eens een turnzaal was, met rondomrond half afgescheurde gordijnen. In de gebouwen zelf waag ik me maar niet.
Ik vraag me af hoe al die kapotte ramen er gekomen zijn. Stukgegooid? Onder mijn voeten knarst het glas. Een goed jaar geleden lag alles er nog veel beter bij; toen waren de gebouwen ook nog niet leeggehaald, waren het nog echte klassen. Toen had je nog kunnen denken: dit gebouw is aan renovatie toe. Nu ziet het er reddeloos verloren uit. Over enkele jaren zullen hier moderne woontorens staan.
Ik verlaat het domein en wanneer ik bijna aan de straat ben, hoor ik achter mij hoe iemand het hek waar ik zonet ben doorheen geglipt, sluit. Die persoon moet ergens in het gebouw geweest zijn, en had wellicht niet de moeite genomen het hek achter zich te sluiten bij aankomst. Tot mijn verbazing staan er maar liefst 72 nieuwe foto’s op mijn telefoon. Pure nostalgie.