Selecteer een pagina

Gisteren waren we uitgenodigd op de verjaardagsbrunch van een goede vriend. Omdat we daar vroeg voor moesten opstaan – het feestje was in Antwerpen, stond ik mezelf toe om nog eens een stukje slaappil te nemen. Dat zou zeker zijn effect hebben na zoveel weken zonder.
Ik geef het niet graag toe, maar ik was belachelijk blij dat het nog eens mocht. Nog eens één nacht zonder slaapstress. Zonder moeite te moeten doen de hele nacht in slaap te blijven. Ik ging er helemaal ontspannen door naar bed. Wie weet was het in die toestand wel gelukt zonder hulpmiddel.

De brunch vond plaats op een fijne locatie: in een oude, gerenoveerde kerk. Mijn man en ik waren er wel eens eerder geweest voor enkele klassieke concerten.
We zagen de mensen terug die we elk jaar rond deze tijd op de verjaardagsfeestjes van T ontmoeten, een fijn groepje. En ook al voel ik me ontspannen bij die gelegenheden, toch put het me telkens uit, die enkele uren in gezelschap. Maar dat voel ik dan pas nadien, wanneer ik weer thuis ben.
Het is ook altijd weer een beetje een strijd voor me om deel te nemen aan een gesprek in groep. Om op de juiste momenten mijn mond open te doen en mijn stem luid genoeg te laten klinken, elke persoon aan te kijken tijdens mijn verhaal, erop te letten dat ik niet te veel overbodigs vertel, dat het boeiend blijft.
Zo mislukte gisteren mijn bijdrage aan het onderwerp ‘racisme’. Tot twee keer toe zei ik iets over wat ik de voorbije week ergens had gelezen, namelijk dat er nu ook al protest kwam tegen het woord ‘blank’, en dat dat ‘wit’ zou moeten zijn, maar niemand die me hoorde. Ik vond mijn stem nochtans luid genoeg. Ik zat wel aan het uiteinde van de tafel, maar toch. En toen kwam ineens T, die centraal zat, met datzelfde nieuwtje, en iedereen had het gehoord.
Toen ik even later een nieuwe poging waagde tijdens een ander onderwerp, lukte het wèl. Ieders ogen richtten zich op mij, en ik kreeg de kans een heel verhaal te vertellen over iets wat ik had meegemaakt. Ik was gerustgesteld. Ook al besef ik dat iedereen dit wel eens overkomt. Alleen is niet iedereen er zo mee bezig als ik. Misschien helpt het als je als kind wordt gehoord.

In de ondergrondse toiletten was ik even alleen. Er klonk geruis van water en ik moest terugdenken aan de tweejaarlijkse medische onderzoeken met de klas vroeger, waar de verpleegster in het toilet een kraantje opendraaide om je aan te moedigen met plassen in het ergerlijk smalle bekertje.

Omdat ik eerder een slechte ervaring had met het schrijven over een feest waarop ik een moment van vermoeidheid ervoer – iets wat helemaal niets met het feest te maken had, maar louter met mezelf, en mij dat schrijven erover erg kwalijk werd genomen, twijfelde ik over bovenstaande regels. Maar nog steeds ben ik van mening dat elke poging me de mond te snoeren over wie ik ben, vooral verklapt dat die ander mij niet aanvaardt.