Selecteer een pagina

Ik stond op met een stijve nek, ging naar de markt en kreeg daar een mes in de rug geplant.
Dat mensen je niet geloven en afgaan op andermans leugens, is zwaar, maar als ze helemaal niet openstaan voor jouw kant van het verhaal, je zelfs letterlijk zeggen: ik wil het niet horen, en daarbij een stap achteruit zetten om dat te benadrukken, terwijl je ziet hoe een onschuldige en goede mens – iemand van wie je houdt – zomaar wordt veroordeeld, en als er daar bovenop ook nog eens op je moederhart wordt getrapt, dan tja, dan voel ik me zo verbouwereerd dat ik het gesprek verlaat om trillend op mijn benen even verderop op een bankje neer te zakken en daar te zitten huilen achter mijn zonnebril. Op een bewolkte dag.
Dan heb ik het gevoel dat ik nooit nog overeind zal geraken in zo’n wereld, dat ik niet meer op mijn benen kan rekenen om verder te gaan.

Ik belde huilend met mijn man op zijn werk, ik chatte met mijn goede vriend S, en terwijl ik met mijn betraande hoofd over mijn telefoon zat gebogen, zag ik twee benen in oranje fluorescerende broekspijpen passeren en hoorde ik een opgewekt ‘goeiemorgen!’ Ik keek op en recht in het vriendelijke gezicht van een gemeentewerker, die mij oprecht iets goeds toewenste. Ik glimlachte, wenste hem hetzelfde. Toen hij tien minuten later weer passeerde, ditmaal met een zak met snoeiafval in elke hand, knikte hij me lachend toe.
Deze vriendelijke onbekende was exact wat ik nodig had om verder te kunnen.