Selecteer een pagina

Mijn beste vriend mailt: ‘Wanneer kom je nog eens bij mij slapen? Het is al negen jaar geleden!’
Die vraag volgt dan op zijn vraag of ik ondertussen al beter slaap. Hij weet dus wie hij uitnodigt om iets quasi onmogelijks bij hem te komen doen.
Het is niet dat ik niet wil, maar ik herinner me die keer, negen jaar geleden (als hij het zegt, zal het wel negen jaar zijn; hij houdt alles bij in dagboeken en zijn hoofd, ik niet).
Hoe ik die avond bij aankomst in zijn appartement al meteen de verwarming in zijn slaapkamer uitdraaide.
– Je slaapt toch niet met de verwarming op?
– O jawel, zo doe ik dat altijd.
– Sorry, maar dat lukt mij niet. ‘s Nachts heb ik frisse lucht nodig.
Het begon al goed.
Uiteraard heb ik nauwelijks een oog dichtgedaan die nacht. Ook al beperkte mijn slaapprobleem zich toen nog tot slapen op verplaatsing. Daarom was ik ook voorzien van een stukje slaappil, maar zelfs dat hielp me niet.
Wat ook niet hielp, was dat de vriend, op een matras op de grond naast zijn bed dat ik bezette, zo blij was dat ik eindelijk nog eens bleef slapen (ooit deed ik dat regelmatig, maar die keer was het lang geleden, en voor het eerst in zijn nieuwe appartement) dat hij zowat de hele nacht wakker lag om van de gelegenheid te kunnen genieten. Om zo weinig mogelijk te missen van de logeerpartij. Of misschien gewoon uit solidariteit.
En tja, iemand die naast mij wakker ligt is ook niet echt slaapbevorderend. Dan hoor je elkaars wakker zijn, hoe stil je dat ook doet.
Maar goed, ik heb het dus ooit wel gekund, slapen bij die vriend. Ik deed het zelfs graag.
Ik neem me voor om toch nog eens op zijn uitnodiging in te gaan, als uitdaging. De mentale voorbereiding start nu.