Selecteer een pagina

Ik omhul me met stilte deze dagen. Stilte en afzondering. En ik wandel. Ik wandel elke dag, met de hondenverjager in mijn jaszak. Ik zal hem wellicht, hopelijk, nooit hoeven te gebruiken, maar hij geeft me een veilig gevoel. Ook al weet ik niet eens of hij werkt.

Tijdens een van mijn wandelingen kwam ik een meisje tegen, mooi, een jaar of twintig. Ze glimlachte naar me, zo zacht, en ik dacht: ik wou dat jij mijn dochter was. Want soms is er te weinig moeder. En soms voldoen ze niet.

Toen ik op een vroege ochtend door de regen naar mijn cursus ‘verbindende communicatie’ stapte, wenste ik een buurman, diegene die ik enkele weken geleden met zijn hond in onze tuin aantrof, goedemorgen. Hij stond zijn auto in te laden, beantwoordde mijn wens, en toen ik enkele meters verder was gewandeld, hoorde ik hem luid ‘godverdomme!’ roepen. Ik keerde me om en zag dat hij zijn vloek zijn huis instuurde, door de open zijdeur. Ik verbaasde me over de paar seconden tussen zijn stille goedemorgen en zijn luide godverdomme.

Tijdens een etentje op restaurant met een grote groep vrienden, allemaal echtparen, had ik meer zin om met de mannen te praten dan met de vrouwen. Gespreksonderwerpen tussen vrouwen in groep, dat wordt al snel oninteressant. Eten, diëten, de kinderen, de fitbit. Terwijl de mannen me aan het lachen brachten. Ik dacht: ik leef graag, maar zou dat liever in een andere wereld doen.