Selecteer een pagina

Omdat ik de laatste tijd zo worstel met wie ik ben en hoe ik me verhoud tot anderen, had ik een boek gekocht dat beloofde te zorgen voor meer charisma. Ik lachte mezelf uit om deze daad, maar een korte inzage in het boek op internet had me toch nieuwsgierig gemaakt. Charisma zou vrij eenvoudig op te wekken zijn middels allerlei gedragingen en trucs. Met andere woorden: charisma is aan te leren. En ook aan- en uit te schakelen. De schrijfster begeleidt daarin al jaren allerlei zakenlui en bekendheden. Met de tip die ik als eerste las, ‘wacht twee seconden voor je op iemands verhaal reageert’, moest ik wel erg lachen. Ik kreeg meteen een aantal mensen voor ogen bij wie ik dan nooit aan het woord zou komen.
Eigenlijk was mijn doel met dit boek in de eerste plaats: hoe kan ik ervoor zorgen dat mensen mij graag zien, graag bij mij zijn. Omdat ik dat niet meer voel dus, dat iemand op mij zit te wachten. Ook al zijn er in het dagelijks leven voorvallen die dat ontkennen.
Ik weet dat de oorsprong van deze onzekerheid dieper moet worden gezocht, in het verleden, en ik zie ook wel hoe en waarom en dat ik nu volwassen ben en niet meer afhankelijk van wat anderen zeggen of doen, maar in de praktijk is dat niet altijd zo eenvoudig. Soms lijkt het alsof er bij mijn vroegste programmatie iets is misgelopen, wat nu nog maar moeilijk recht te zetten valt. Hoe nuchter ik er ook naar kijk.
Ik was in het boek begonnen, maar had het vrij snel weer aan de kant gelegd. Een beetje uit koppigheid. Omdat ik vond dat ik al zo veel voor anderen doe en geef en hartelijk en vriendelijk en attent ben en nooit klaag, hoe slecht ik me ook voel (ik wil het altijd aangenaam houden, zowel voor mezelf als de ander, en dat is niet eens een keuze, dat gaat vanzelf), dat het maar vanzelfsprekend zou moeten zijn dat mensen graag bij mij zijn, graag met me omgaan. En dat ik daar geen extra moeite voor zou hoeven te doen.

Ik wou het hierover hebben met mijn therapeute, maar net toen de sessie begon, zei ze me, out of the blue, dat ze me toch eerst even wou zeggen dat ze me zò’n mooie vrouw vindt, en dat ik dan ook nog eens straal telkens ze me ziet, en dat snoerde me de mond. Ik bedankte haar voor het compliment, maar dacht: hoe kan dat nu? Hoe kan ik ‘stralen’ rijmen met de onzichtbaarheid die ik ervaar? Hoe zou iemand die straalt charisma moeten aanleren?
Dit was al de derde keer dat ze me zo’n mooi compliment gaf, en dat deed deugd, gaf me zo’n opkikker, dat ik in mezelf grapte: hièrvoor ben ik in therapie, méér heb ik niet nodig. ‘Misschien hoort het bij haar tactiek’, probeerde een stemmetje nog, maar ik had toch gezien dat ze het meende?
En die oude man die me telkens ik door zijn straat fiets zo hartelijk groet, wat ziet hìj? Dat maakt me zo blij dat ik van mijn fiets zou willen stappen om hem te omhelzen.
Mijn therapeute zei: dat je zo opgewekt door het leven gaat, is een heel mooie eigenschap, maar ik neem aan dat je het er jezelf niet altijd makkelijk mee maakt, omdat mensen op die manier niet kunnen weten hoe het met je gaat, en er inderdaad maar van uitgaan dat alles goed met je is.
Ik moest beamen dat wanneer vrienden me over het grote, machteloze verdriet dat ik al enkele jaren met me meedraag, zeggen: ‘maar jij kan dat wel aan, hè?’, omdat ik er nuchter en zonder huilen of instorten (wat ik meestal voor thuis bewaar) over vertel, ik me onbegrepen en zelfs wat boos voel. En eenzaam. Ik kan dan zeggen wat ik wil over hoe het me aangrijpt en bezighoudt en hoe ellendig ik me erbij voel – en wie zou zoiets wèl aankunnen, dat maakt allemaal geen indruk.
Idem mijn gezondheid, waar ik toch ook al meer dan tien jaar mee worstel. Mensen die je alleen zien wanneer je je beter voelt, of gewoon op een goed moment van de dag, beseffen niet hoe een falend lichaam je leven en gemoed beïnvloedt. En zij zien mij ook niet wanneer ik nadien moet recupereren, of weten niet dat ik de rest van de dag soms moet vrijhouden van activiteiten om die ene kleine uitstap met hen aan te kunnen. En ja, dan is er soms onbegrip. Wat eveneens zorgt voor een gevoel van eenzaamheid. Maar aangezien ik ook daar niet over klaag, kan ik ook dat ‘wel aan’, ja …

Als kind vroeg ik eens aan mijn moeder of ik mooi was. Zij zou het me immers eerlijk durven zeggen.
Ze antwoordde, na enige aarzeling: jij bent gewoon.