Selecteer een pagina

Na alweer een weekend vol kabaal en onrustige nachten en – ondanks het warme weer – gesloten ramen vanwege de barbecue- en andere vuren in de tuin van de buren, wordt er nog een extra dag aangebreid. Blijkbaar hebben de twee jongens geen school vandaag. En in het huis wordt getimmerd. Het kan niet op.
Net als tijdens het weekend, ontvlucht ik het huis. Ik fiets naar het bos, lees, drink koffie op een terras. In de speeltuin die naast het terras in het bos ligt joelen schoolkinderen, maar zij storen me niet. Omdat dit niet mijn thuis is, mijn laatste toevluchtsoord. Omdat ik weet dat ik hier altijd weg kan mocht ik dat willen.
Daarna fiets ik nog wat rond; het weer is heerlijk. Een uitzonderlijke 26°, zo midden oktober.
Ik fiets langs het huis dat we een week geleden bezochten, neem enkele foto’s. Het straalt rust uit, zoals het daar ligt in de zon. Het laat ons niet los, ook al zijn er minpunten. Ik weet niet meer wat mijn intuïtie me wil zeggen. Denk aan de woorden van de grenzenjuf, die vandaag haar laatste sessie gaf. Luister naar je buik. Verwar je intuïtie niet met angst. Al wat ik in mijn buik voel de laatste weken, zijn krampen. Van de stress.
En ik fiets naar de plaats waar F en ik enkele weken geleden hadden afgesproken. Wil ze bij daglicht zien, benieuwd of de vijver er nu nog is of niet.
Hij is verdwenen, zoals ik al vermoedde. Er is een grote grasvlakte nu. Je ziet nog wel waar hij was, maar al het water is weg, en ook de kwakende kikkers. Ook hier neem ik foto’s, van wat er was. De zon brandt.
Dan maar weer naar huis. Daar staan de jongens in de buurtuin te brullen in hun Spaans. En ik had al zo’n hekel aan die bekakte taal. Ze roepen op hun moeder, minutenlang. Er komt geen reactie.