Selecteer een pagina

“Want je weet niet hoe het loopt, je weet nooit hoe iets loopt, morgen kunnen alle muren omgevallen zijn, de kamer verdwenen, morgen kun je domweg ingestort zijn, is het je niet gelukt de dingen bijeen te houden, je kunt naar je vrouw kijken in haar windjack in de tuin op zo’n dag dat alles aan haar zo vaag is dat je dwars door haar heen kunt kijken. Staat ze in haar windjack in de tuin voor de perenboom, zie je alleen de perenboom. De knoestige stam. De kronkelende takken. De bijeengeharkte bladeren. Een hondje dat achter de boom over het gazon rent, een ekster die opvliegt, ze tilt haar hand op om te zwaaien, maar je ziet haar niet, en je loopt weg van het raam, terug de kamer in.”