Selecteer een pagina

“Julians laatste vijf weken brachten we door in het huis van mijn moeder in Frankrijk. De dag na haar dood moet ik naar de uitvaartondernemer om de papieren in orde te maken. Mijn moeder gaat met me mee. Ik ben al die tijd de deur niet uit geweest en ik moet kokhalzen door een teveel aan frisse lucht. Ik loop traag en voorovergebogen, als een oude vrouw. Ik besef dat Julian nooit meer mijn hand zal vasthouden.
Als we het uitvaartcentrum binnengaan klinkt de bel schel en vrolijk. Het ruikt er naar oud tapijt en alles heeft een grijze kleur. De reeks urnen uitgestald aan de rechterkant, links de gedenkplaten en een zee van porseleinen bloemstukken. Beige, bruin, grijs. Fijne bloemblaadjes. Ik heb me vaak afgevraagd hoe je zoiets proper houdt. Daar kruipt zo veel stof tussen.
Zodra we gaan zitten, begin ik te huilen en kan ik niet meer ophouden. De man kijkt me aan en haalt zijn papieren tevoorschijn. Hij heeft dit zo vaak gezien. Als hij moet wachten tot iemand is bedaard komt hij nooit meer aan werken toe. Ik moet haar naam spellen en als dat niet lukt, moet ik het op een papiertje schrijven. Mijn moeder neemt het daverende potlood uit mijn hand en schrijft het op. Adres. Telefoonnummer.
‘Haar beroep?’
‘Designer,’ zeg ik.
Comme une créateur des meubles?
Non, comme une artiste.’
Artiste,’ bevestigt hij.
Hij is bruut. Legt de papieren gedecideerd op elkaar en smijt zijn potlood in het houdertje naast de andere. Dan kwakt hij een geplastificeerd karton voor me op tafel met een foto-overzicht van alle doodskisten die ze kunnen aanbieden. Alleen de onderste drie zijn geschikt voor crematie, dus mijn keuze is beperkt. Ik weet dat ik mijn hoofd er nu bij moet houden. Dit is belangrijk. Maar ik heb het vreselijk druk mijn ruggengraat onder controle te houden. Ik blijf onderuitschuiven en zodra ik weer rechtop zit, zak ik naar de zijkant. Mijn moeder schuift haar stoel dichterbij zodat ze me kan ondersteunen mocht ik vallen. Ik zal dat blijven behouden, dat scheefzakken zodra ik het moeilijk krijg. Alsof mijn lijf beslist dat het allemaal wel genoeg is geweest. Ik leg mijn vinger op de donkerste kist. Ze zijn allemaal even lelijk. Ze zou dit vreselijk vinden.
Later, als ik de kracht vind haar overlijdensakte te lezen, zie ik dat hij ‘sans profession‘ heeft geschreven. Zonder beroep. De twee woorden breken mijn hart. Julian vond het zo belangrijk op eigen benen te staan, onafhankelijk te zijn. Reeds op jonge leeftijd nam ze allerhande jobs aan om haar studies te kunnen betalen en om in haar levensonderhoud te voorzien.
‘Zonder beroep.’ Zelfs in dit soort situaties wordt onoplettendheid afgestraft.”