Selecteer een pagina

“Wanneer we aan het eind van het perkament zijn aangekomen houden we op en kijken om ons heen. De mensen zitten op houten stoelen die in rijen zijn opgesteld voor een concert. Sommigen kijken ons woedend aan. Maar papa wrijft ons stralend over onze kuifjes. ‘Jongens van me! Nu weten jullie hoe je hem maakt: de taal van de tijd.’
Hij gaat ons voor naar de rijen stoelen en we gaan zitten. Dit is de reden waarom we hier zijn gekomen. Dat wonderbaarlijke Mandelbrot was enkel een soort adempauze, brandstof om ons hiernaartoe te krijgen. Al die tijd waren we eigenlijk op weg naar dit gratis concert, naar deze gestolen en opnieuw opgebouwde ruïne van de geschiedenis.
Zondag, voorjaar 1949. De wereld is ouder dan ik me ooit had voorgesteld. Maar alle jaren die hij achter de rug heeft houden zich ergens op een door kruisbogen omgeven binnenplaats verborgen. Het ruikt in deze zaal naar mos en schimmel, naar vernis en schellak, naar allerlei dingen die te lang in pluizige broekzakken hebben gezeten, naar halfvergaan papier dat weer in rietstengels uiteenvalt. Ik heb niets te maken met het wanneer van deze zaal, ook al zit ik erin. Alleen dankzij een wonder dat papa me niet uitlegt kan ik het überhaupt zien. Elk plekje op aarde heeft zijn eigen klok. Sommige hebben de toekomst al bereikt. Andere nog niet. Elke plek wordt in zijn eigen tempo jonger. Er is geen nu en dat zal er ook nooit zijn.
Nu er een concert voor de deur staat houdt mijn broertje op met zijn drukke gedoe. Ik zie hem voor mijn ogen ouder worden en het duurt niet lang of hij zit er stiller en rechter en verwachtingsvoller bij dan alle volwassenen. Zodra het koor echter zijn entree maakt, springt hij van zijn stoel en begint als een gek te klappen. De zangers en zangeressen zijn allemaal in het zwart. Hun podium is zo klein dat ze, hoewel ze als haringen in een ton staan, bijna over ons heen hangen. Jonah buigt zich verrukt naar voren om een van de vrouwen even aan te raken en de zangeres doet hetzelfde bij hem. Het publiek lacht met haar mee, totdat papa’s arm Jonah zachtjes terugduwt tegen zijn rugleuning.
Er treedt een stilte in die alle afstand uitwist. Dan maakt de stilte plaats voor het enige antwoord. Dit is het eerste openbare concert dat me voorgoed zal bijblijven. Niets van alles wat ik toch al heb meegemaakt heeft me hierop kunnen voorbereiden. Het dringt dwars door me heen en hercomponeert me. Ik zit in het middelpunt van een grote bol van geluid die mij de weg wijst naar mezelf.”