Selecteer een pagina

“De lange stilteretraites vindt Harari bijzonder uitdagend. Gedurende een verblijf in een meditatie-oord beschikt hij niet over de normale afleiding: geen televisie, e-mails, telefoons of boeken. Hij schrijft en zegt geen woord. Zo blijft er enkel het moment over waarin hij zich concentreert op wat er nu gebeurt, op de aard van de realiteit. Hij treft dingen aan die hij niet leuk vindt aan zichzelf en dingen die hij niet leuk vindt aan de wereld, zaken die hij anders negeert of onderdrukt. Tijdens een retraite start Harari met de meest basale lichamelijke observaties: ‘Ik begin met in- en uitademen, observaties in de maag, in de benen, en als ik daarmee in contact kom, krijg ik het vermogen om te observeren wat er gebeurt. Ik krijg meer duidelijkheid over wat er in mijn geest gaande is. Je kan moeilijk woede, angst of verveling observeren als je niet in staat bent om je ademhaling te observeren.’ Naarmate de retraite vordert, is zijn geest meer geconcentreerd en helderder. Hij doet niets als hij woede voelt opkomen, hij vertelt zichzelf geen verhaaltje en probeert het niet te bestrijden. Er is enkel neutrale observatie. Na verloop van tijd detecteert Harari de bronnen waar woede en angst vandaan komen. In het dagelijks leven ervaar je geregeld woede, angst en verveling maar je observeert amper: hoe voelt het eigenlijk om boos te zijn? Volgens Harari behoren deze interne verschijnselen tot de meest verbazingwekkende die hij ooit heeft waargenomen.”