Selecteer een pagina

“De tijd laten verstrijken: het kan gebeuren met of zonder jouw aandacht. Soms doe je doodgewoon niets, dan denk je niet na over de tijd en hoe hij verstrijkt, je beleeft het niet bewust. Plotseling is het avond geworden en heb ik niets uitgericht, ik zit hier nog steeds, de tijd is voorbijgegleden zonder dat ik er iets van merkte, hij is gewoon weg, alsof hij er nooit is geweest. Vanmiddag bevond ik me op de ene plek van de tijd, nu op de andere, meer is er niet, de tussenliggende tijd is ongemerkt voorbijgegaan. Ik legde ook innerlijk geen tijd af, geen tijd van herinneringen of fantasie├źn, ik zat niet opgesloten in mezelf en in de stroom der gedachten, het was rustig in mezelf, monotoon, en als er iets opflakkerde, stierf het meteen weer weg. Maar je kunt je aandacht ook richten op het verstrijken van de tijd: ik zie hoe Burke thuiskomt, hoe zijn hond tegen hem opspringt, hoe eerst beneden het licht aangaat en daarna boven, voor een ander huis stopt een taxi, een man op krukken wringt zich moeizaam uit de wagen en sjokt naar zijn huis, de tijd strekt zich uit tussen zijn stuntelige stappen, en dan gebeurt er lange tijd niets, ik zie geen auto of voetganger, bij Burke blijft het licht zoals het is, het melkachtige licht van de lantaarns in de mist blijft onafgebroken rustig schijnen. Waar het om gaat is dat ik niet ingrijp en ook geen drang voel om dat te doen, het blijft bij gelaten waarnemen. Het is een luxe: ik hoef niets te doen met deze tijd, er is niets wat ik tussen het waarnemen door zou moeten doen, uiterlijk niet en innerlijk evenmin, ik hoef geen gedachten te formuleren of plannen te maken, niets te verwerken en te overwinnen, er valt niets te controleren, het is een afstandelijk, rustig heden, zonder verwikkelingen. Niets hoeft, ook innerlijk niet, er is niets wat gedaan moet worden, geen enkel doel overheerst, ik denk helemaal niet na over de tijd. Al gebeuren er, tussen het waarnemen van die verschillende gebeurtenissen door, natuurlijk wel dingen met mij. Terwijl mijn armen op de stoelleuning liggen en ik af en toe een trekje neem van mijn sigaret, merk ik hoe ik me de volgende ogenblikken, de volgende minuten en uren, ontwikkel, hoe ik van het ene moment op het andere een ander iemand word. Het zullen geen ingrijpende veranderingen zijn, geen uitbarstingen, geen emotionele ontladingen, niets wat je innerlijke bewogenheid zou kunnen noemen en wat alleen met heftige woorden omschreven kan worden. Het enige wat er gebeurt is dat mijn stemming met het langzaam, onmerkbaar veranderende licht anders kleurt, zodat ik uiteindelijk een beetje anders opsta dan ik ‘s middags ben gaan zitten.”