Selecteer een pagina

“Aan het eind van de promenade in Yport, in de buurt van de spookachtige grot in de klif, staat een draaimolen met neppige Disneyfiguren, met karretjes die schokkerig tweeĂ«nhalve meter de lucht in schieten als de jongens op een knop drukken. (…)
De jongens gaan samen in een Dombo-karretje. Ze flitsen langs, flitsen langs, flitsen langs, eerst laag, dan hoog in de lucht, kraaien van pret boven de Spice Girls uit.
Tijdens haar studiejaar in het buitenland in een dorp in de buurt van Nantes had de veertienjarige dochter van haar eerste gastgezin eindeloos en heel hard datzelfde nummer gedraaid als haar achttienjarige vriend haar bezocht, die bij de marine was en een dwaze pompon op zijn baret had, en ze de deur op slot deden. Ze kon hun gekreun boven de herrie uit horen. ‘I’ll tell you what I want, what I really really want.’ De moeder associeert het nummer met seks met minderjarigen.
Als haar kinderen weer neerdalen uit de lucht en de molen tot stilstand komt, rent de jongste op haar af, werpt zijn gouden hoofd in haar schoot en pas dan beseft ze dat hij huilt. Het was geen lachen dat hij deed, hij had de hele tijd gekrijst van angst. Dat was niet vanwege de hoogte, begrijpt ze, maar vanwege de rode knop. Zijn broertje had hem wijsgemaakt dat als de vierjarige die aan zou raken, Dombo zou ontploffen.
Ik verzeker je, Kleine Beer, zegt ze, dat hij niet kan ontploffen.
Maar als er een bom in zit? snikt hij.
Ze heeft zich voorgenomen altijd de waarheid te vertellen. Ze moet een manier zien te vinden om die hem te vertellen, dus zegt ze: Nou ja, als er een bom in zit, dan zou hij wel ontploffen. Maar wie laat er nou een kindermolen ontploffen?
Niemand? vraag hij.
Ha, je weet het, zegt ze.
Het is waar dat de wereld overspoeld wordt door terroristen. Het is waar dat de moeder niet meer naar de bioscoop gaat en ze in restaurants altijd wil weten waar de uitgangen zijn. Dieper, erger, de dood overal, de precisiebombardementen, de spionagesatellieten. Aleppo als het mooie voor, het vernielde na. Ze drukt die gedachten weg. Als het kon, zou ze de hele dag in bed blijven.”