Selecteer een pagina

“Tegelijk met mijn lichaam krompen mijn nachten. Ik sliep ten slotte helemaal niet meer. In plaats daarvan luisterde ik naar mijn eigen hart dat meedogenloos bleef pompen, mijn ademhaling die te snel bleef gaan. Ik lag stijf als een luchtbed dat allang vol was en toch steeds harder opgeblazen werd.
Vlak voor de wekker ging kroop ik uit bed om een kwartiertje plat op de houten vloer te liggen, werd dan loodzwaar en zakte bijna weg in een vermoeidheid die zo groot was dat ik er niet aan durfde toe te geven. Dat kwartiertje was alles aan rust. Mijn hartslag joeg me de dag door.
Ik heb wel een slaapmiddel geprobeerd. Eén keer. Ik nam een tabletje en moest de rest van de nacht verdragen hoe mijn bewustzijn met geweld werd ingedrukt, krakend en kermend tot het was geplet als de vuilnis in een vuilniswagen. Al die tijd bleef er een kiertje licht, een dunne lijn besef dat er iets mis was, iets belangrijks dat ik niet mocht vergeten, een lijntje dat ik koste wat kost niet los mocht laten.
Mediteren, zo las ik ergens, kon helpen, zo niet tegen de slapeloosheid en de jeuk, dan toch bij het verdragen ervan.
Via een schimmig internetforum meldde ik me aan voor deze meditatiegroep; per mail kreeg ik instructies (Subject: een oefening in loslaten).
De eerste keer durfde ik nauwelijks aan te bellen bij de grote poort van het sombere huis op de Middaglijnstraat. Er hing geen briefje, niet eens een naambordje, en ik bedacht dat ik Luc niet had gezegd wat het adres was. Terwijl ik me afvroeg of ik spoorloos zou verdwijnen en of dat erg zou zijn (een oefening in loslaten), kwam er een vrouw van pakweg veertig aangewandeld, die me toeknikte en de bel indrukte. Ze zei niets, net zoals de man die opendeed en ons naar binnen wenkte.”

Bregje Hofstede die schrijft over Bregje Hofstede: alleen al dat gegeven maakte dit een boek dat ik absoluut wou lezen.