Selecteer een pagina

Gisteravond was er weer een bijeenkomst van de leesclub in de bibliotheek. Over de vorige bijeenkomst, twee maanden geleden, schreef ik hier over mijn geworstel met zichtbaarheid en het juiste moment vinden om gehoord te worden. Gek genoeg ging het gisteren helemaal anders. Alles ging vlot, ik praatte op de juiste momenten, iedereen luisterde vol aandacht, mensen lachten met mijn grapjes, zochten oogcontact met me wanneer zij aan het woord waren.
Waar dat dan van afhangt, dat het de ene keer helemaal niet lijkt te lukken, en de andere keer zo goed? Is het iets wat we uitstralen? En zo ja, kunnen we dat beïnvloeden?

De avond ervoor nog stond ik in onze hal te praten met een mij onbekende vrouw die een bedsprei van me kwam kopen na een oproepje op facebook. We hadden het over pianolessen en ongemakkelijke viooloptredens, en ook dat ging vlot, maar terwijl ik naar haar stond te luisteren en tegen haar praatte, was ik me weer erg bewust van mezelf, probeerde ik mezelf door haar ogen te zien en na te gaan of ze er geen blijk van gaf mij een rare te vinden. Hoe langer ik niks van dergelijke gedachten bij haar meende te bespeuren, hoe banger ik werd door de mand te vallen. Maar zij ging enthousiast door met haar verhaal, en knikte vol herkenning bij mijn woorden. Ik zag hoe ze een muur zocht (maar niet vond) om tegenaan te leunen, blijkbaar helemaal op haar gemak en thuis in mijn hal. Deze vrouw die ik vijf minuten kende.

Ik herinner me hoe mijn moeder nooit op haar gemak was bij anderen, en dat ze dat ook uitstraalde, en vraag me af of ik iets daarvan heb overgenomen.
Zij had eens een door ons niet meer gebruikte driezitsbank beloofd aan kennissen van kennissen, maar ze dan toch nog op de valreep aan iemand van de familie gegeven. En toen belde op een winteravond degene aan wie de bank was beloofd aan om ze op te halen, en raakte zij in paniek. Mijn vader was niet thuis, dus ze stond er alleen voor. Ik zag hoe ze mijn kleine broer mee naar de voordeur nam. Ze zei: als ze een kind zien, zullen ze wel niets doen, en ze posteerde hem daar vòòr haar als een levend schild.