Selecteer een pagina

Ik kwam van een verjaardagsfeestje waar ik op korte tijd vier keer werd onderbroken middenin een zin, en waar ik een keer nadat ik iets zei had gedacht: dit heeft niemand gehoord, en toen klapte ik dicht en de twee anderen (we waren nog aan het wachten op de derde genodigde) begonnen tegen elkaar te praten, met mij ernaast in de zetel, en niemand die iets merkte. Van mij, van mijn dichtklappen.
Ik fietste naar huis, doodmoe van het zwijgen, en van het luisteren naar de en-hoe-gaat-het-met-je-zoon en de en-hoe-gaat-het-met-je-zus en de en-hoe-gaat-het-met-je-andere-zus en de en-hoe-gaat-het-met-je-vader en de en-hoe-gaat-het-met-je-moeder en de en-hoe-gaat-het-met-je-vriend en het aanhoren van de kwaaltjes-waar-we-mee-zullen-moeten-leren-leven, terwijl ik bijna dagelijks worstel met een moeten-leven-met en dat aan niemand krijg uitgelegd. Maar er was ook niemand die vroeg hoe het met mij gaat. Ik ben ook altijd goedgezind en lach, dus het ligt voor een groot deel aan mij. Want een uur later bezorgde ik iedereen alweer de slappe lach met een grapje.

Thuis luchtte ik mijn hart bij mijn man. Dat ik me zo eenzaam voel. En dat ik al zo weinig gelegenheid heb tot praten met mensen. Hij begreep me, was lief, en toen begon ik enthousiast te vertellen over een moeilijk level in Candy Crush, een verslaving die ik onlangs aan hem heb doorgegeven, maar hij onderbrak me lachend met ‘jamaar, ik kan me niets voorstellen bij wat je daar allemaal vertelt, hoor; ik zit nog maar aan level tweehonderd en zoveel’.
En toen wou ik mijn mond voorgoed sluiten. Nooit meer spreken, mij nooit nog moe maken aan halve zinnen.

Sinds begin dit jaar ben ik weg van facebook. Ik vluchtte weg van de prikkels, de tijdverspilling, het gedoe, de negativiteit, de bemoeienissen, de oordelen, maar ik had ook geen zin meer in dat oppervlakkige.
Ik had op korte tijd enkele mensen waar ik me goed bij voel via een berichtje voorgesteld om nog eens af te spreken, eens samen te gaan wandelen, uit eten te gaan, omdat samenzijn met hen altijd fijn is en me energie geeft. Van niemand kreeg ik zelfs maar een reactie. Ook al begrijp ik wel dat tegenwoordig iedereen een druk leven heeft, en mensen nauwelijks nog tijd hebben voor elkaar, toch voelde ik me teleurgesteld.
Daarom had ik me voorgenomen om alle verwachtingen en teleurstellingen even uit de weg te gaan en een tijdlang alleen te zijn met mezelf. Gelukkig kan ik dat goed. Mocht iemand zin hebben om contact met me op te nemen of met me af te spreken, dan zou ik dat wel zien. Maar ik wou niet meer degene zijn die meestal het initiatief neemt.

En toen werd het stil. Heel stil. Ik had met niemand nog contact behalve met twee mensen die ik nooit heb ontmoet, maar met wie ik een fijn virtueel contact heb opgebouwd op sociale media. Zij gaven aan dat tijdens mijn facebook-pauze te willen voortzetten via whatsapp. Vanaf dan kreeg ik langs die weg regelmatig een mopje of grappige foto of leestip of een hoe-gaat-het-met-je. Voor een van hen was ik er de laatste tijd ook wel geweest toen zij het moeilijk had, en het deed me dan ook deugd dat zij er nu ook voor mij was. Zij vroeg al vaker om elkaar eens in levenden lijve te ontmoeten, maar we wonen erg ver van elkaar, en nog belachelijk veel verder als we rekening moeten houden met het openbaar vervoer.
Met twee vriendinnen van vroeger die in de buurt wonen, ging ik nog wel eens koffiedrinken of wandelen of iets eten, maar verder zag of hoorde ik niemand. Op de vluchtige contacten in de wekelijkse yogales en het uurtje met mijn therapeute om de twee weken na. Toen die laatste me zei dat ze mij zo een warm en aangenaam iemand vindt, merkte ik dat dat me toch geruststelde, want ik was de laatste tijd aan mezelf beginnen te twijfelen. Vonden mensen mij wel leuk? Hadden ze nog behoefte aan mijn gezelschap? Deed ik ertoe in hun leven?
Na enkele facebookloze weken werd ik opgebeld door een vriend die mijn verdwijnen had opgemerkt, en vroeg of alles wel goed met me ging. Veel contact heb ik niet met hem, hij woont wat verder weg, maar als we afspreken is dat altijd zalig. We babbelden een uur en ik stelde voor om binnenkort nog eens samen uit eten te gaan. Het was alweer geleden van november. Hij reageerde enthousiast en stelde de paasvakantie voor, dan had hij tijd. Ik keek ernaar uit. Ondertussen is de paasvakantie voorbij en ik heb niet meer van hem gehoord. Ik vond ook niet de fut om er achteraan te zitten. Mijn therapeute zei: ze zijn het te gewend dat jij altijd het initiatief neemt. Ik antwoordde: ja, maar ik wil ook wel eens voelen dat mensen uit zichzèlf zin krijgen om mij te zien. Dat begreep ze.