Selecteer een pagina

Gisteravond was ik bij een klankschalenconcert. Dat was de tweede keer op twee maanden tijd.
De vorige keer waren we met zes deelnemers, nu slechts met drie (vier ingeschrevenen, maar die vierde kwam niet opdagen). Alleen wie echt geïnteresseerd is, komt via via te weten waar en wanneer.
Ik hou ervan als iets (of iemand) mijn lichaam in beweging zet. Ik hou van sommige vormen van ondergaan, dat brengt rust.

Omdat ik wat vroeg gearriveerd was, hielp ik de klankschalenman met het uitspreiden van de matjes en het klaarleggen van kussens en dekens. Hij zag er grappig uit in zijn grasgroene shorts met ananasjes, in combinatie met zijn vergevorderde leeftijd. Aan zijn voeten droeg hij okerkleurige sokken. ‘Zodat jullie mij niet horen rondlopen tijdens het concert’, verduidelijkte hij.
De andere twee deelnemers kwamen binnen; het bleken vriendinnen te zijn. Ze namen plaats op de twee matjes die het verst van het mijne lagen. Mij best, dacht ik. Dan lig ik lekker rustig.
Een kwartier later lag ik me volop te ergeren aan één van die twee, die de ene luide geeuw na de andere uitstootte. Ik hoopte dat ze niet zou beginnen snurken.
Hoe kan je nu zo onnadenkend of onverschillig zijn, dacht ik. Mensen zijn soms zo erg ‘zichzelf’, dat ze alle anderen rondom hen lijken te vergeten. Geeuw als je moet, maar dat kan toch ook ingetogen?

Ik dacht aan het interview dat ik gisterenmiddag in de krant had gelezen. Een man met een zoontje met het Tourette syndroom, dat behoorlijk veel geluiden en tics produceerde, vond het wrang dat net hij in die situatie was gebracht, omdat hijzelf dan weer leed aan Asperger en hoogsensitiviteit. En het al lastig had met het geluid van een in de verte blaffende hond of een tikkende radiator.
Dat van die hond, dat kwam me bekend voor. Twee huizen naast het onze, dus niet echt in de verte, hebben ze een onopgevoede hond, die al jaren af en toe van die blafaanvallen heeft. Overdag en ‘s nachts. Soms de hele dag lang. (‘s Nachts doet zijn eigenaar wel eens moeite om tegen de hond op te blaffen.) Ik word daar gek van. En ik ging ervan uit dat dat aan mij lag, dat ik flauw was, me aanstelde.
Maar nu ik dat zo las in dat interview, dacht ik opgelucht: hé, kijk, ik ben niet alleen. En de man die dat zei, klonk doorheen het hele interview heel redelijk, verstandig, hoogopgeleid. Ik bedoel: het was niet zomaar de eerste de beste zagevent. Zijn uitspraak leek mij toestemming te geven om het òòk lastig te hebben met bepaalde geluiden.
En dat Tourettekind, dat had natuurlijk gewoon tegen de geeuwster geroepen: ‘Hou je bek, trut!’

Er zweefde een trillende schaal boven mijn romp, en mijn middenrif trok samen. Een beetje een softe rollercoastervariant. Ik wou dat de schaal op mijn buik zou worden gezet, zodat ik me heel erg levend kon voelen, maar dat gebeurde niet.

Na een uur schalen, belletjes, regenmakers, gongen, klikkende geluiden, trommelende geluiden, zwiepende geluiden als raasde er een storm door het lokaal, deden we onze ogen open en kropen onder onze dekentjes uit. Mijn bekken voelde pijnlijk aan van de harde ondergrond.
Ik vroeg of ik enkele foto’s van de schalen mocht nemen; de twee vriendinnen begonnen vragen te stellen over alle gebruikte klankdingen. De klankschalenman hield een doorzichtige en er erg breekbaar uitziende schaal omhoog en zei: met deze bijzondere en uiterst dure kristallen schaal heb ik jullie ook even geheald.
‘Ja’, knikte de geeuwster enthousiast. ‘Ik heb dat gevoeld! Ik was hier toegekomen met maagpijn, en die is nu weg, en ook mijn sinussen zijn weer vrij!’
Haar vriendin vulde aan, alsof ook dàt een resultaat was van de kristallen schaal: ‘Ja, dat heeft allemaal te maken met energie. Ik ken iemand die zich, telkens ze de stad inrijdt, voorneemt een parkeerplaats te vinden, en zij vìndt er ook elke keer een!’
De ananasshortman knikte instemmend. Ik had graag geweten waarom de vriendin van de parkeerster dan niet òòk dat trucje toepaste, maar zweeg.
Ik moest denken aan die andere keer dat ik hier was, in dit lokaal, bijna drie jaar geleden.
Toen was dit een wachtzaaltje en wachtte ik hier, samen met een onwillige ex, op een snikhete zomerdag – de dag waarop onze dochter zestien werd, op een onkundige psycholoog, omdat het met die dochter onrustwekkend slecht ging.