Selecteer een pagina

De nu al weken, wat zeg ik, maanden, aanhoudende hitte eist zijn tol. Mijn lichaam voelt overprikkeld aan en snakt naar het nog eens koud hebben. En weer kunnen ademen, dat vooral.
Vooral ‘s nachts heb ik het lastig. Ik slaag er al weken niet meer in de nacht door te komen zonder een stukje slaappil. De dikke warmte die zich voorgoed in de fantastisch geïsoleerde slaapkamer lijkt te hebben genesteld, kan mijn longen niet meer in en maakt me misselijk. Ook al koelt het ‘s nachts nauwelijks af, toch slaap ik met open raam en op de achtergrond het aangename en rustgevende geluid van het fonteintje in de tuin van de buren. Met gesloten raam heb ik het gevoel dat ik stik.
‘s Ochtends word ik erg vroeg wakker van de eerste geluiden en het eerste licht, en dan gooi ik snel de gekiepte ramen in het hele huis open, om gretig mijn longen vol te zuigen. Dan knap ik een beetje op, tot een uur later alles alweer dicht moet.
In de voormiddag sleep ik me naar de winkel om het nodige voedsel voor die dag te kopen. De hele tijd vecht ik tegen flauwvallen, mijn huid klam en verhit, het zweet dat in mijn nek staat en soms vanuit mijn oksel tot aan mijn elleboog rolt, ondanks de airco in de supermarkt. Nee, dit is niet mijn weer. Niet met een lichaam dat het zelf allemaal niet meer geregeld krijgt. Als een defecte thermostaat.

Vanochtend stond ik te zweten in de apotheek, waar ik een nieuw doosje Zolpidem ging halen. Het meisje achter de toonbank zei bezorgd: ‘Niet te lang nemen, hè, dit. En een halfje per nacht.’
Ik onderdrukte mijn neiging het ijverige schoolmeisje te spelen en haar trots te vertellen dat ik het doe met slechts een vièrde, en was ontroerd door haar advies. Dit had ik van de dokter willen horen, dacht ik. Toen ik enkele weken geleden een nieuw voorschrift ging halen, wachtte ik tevergeefs op zijn vraag hoe het ondertussen met mijn slapen stond. Integendeel: hij vroeg me of ik niet liever twee doosjes wou. Dat weigerde ik.

Vannamiddag kwamen twee stoere mannen een nieuwe kleerkast brengen en in elkaar zetten. Een van hen was zelf kastgroot, maar ook kastbreed. Zijn armen waren zo dik als mijn bovenbeen. Een Jerommeke. Het blikje cola dat ik hem gaf, verdween in zijn knuist.
In de winkel waar we de kast weken geleden bestelden, was afgesproken dat ze via de trap naar boven zou worden gebracht. Dat stond ook zo op de koop-/verkoopovereenkomst.
Maar nu wilden die mannen alles toch maar liever met de vrachtwagenlift naar boven brengen, via het raam van een van de slaapkamers. Een kamer die vol rommel staat die in de nieuwe kast hoort, waar het dan geen rommel meer zal zijn. Schoenendozen, donsdekens, winterjassen. Dingen waarvan ik me niet kan voorstellen ze ooit nog nodig te hebben. En ook nog een onopgemaakt bed en rondslingerende sokken van de man.
Vòòr hun komst had ik daarom de deur van die kamer gesloten. Zo hoefden ze de rommel niet te zien, en kon ik het opgeruimde type spelen. Dat ik dat bed onder hun ogen snelsnel opmaakte, zal er ook wel belachelijk hebben uitgezien. Sja. Ze kunnen maar plezier hebben gehad op de terugweg.

Een kwartier later belde ook nog eens de waterpompman aan. Die hadden we laten komen omdat, je raadt het al, onze waterpomp het niet meer deed. Even later zat ik samen met hem op mijn knieën in het dorre gras in een quasi lege waterput te turen. Waarom zegt niemand ook dat als de put is leeggeraakt, de pomp na het vullen (wat we enkele dagen geleden hebben gedaan) moet worden ontlucht? Is het dan te veel gevraagd om het mensen te besparen dagenlang hun wc door te moeten spoelen met emmers leidingwater, hen te laten opzien tegen elk plasje dat ze moeten doen, hen tot drie emmers toe over zich heen te laten gieten?
En zo’n waterpomphandleiding die zegt: ‘als het rode lampje brandt, bel een technicus’, terwijl het euvel dus op te lossen valt met een simpele draai aan de ontluchtingsknop, dat is toch ronduit sadistisch?
Enfin. Als dadelijk de put weer wat bijgevuld is, en de pomp ontlucht (!), zal naar het toilet gaan gewoon een luxe zijn. Een lichtpunt in deze verschroeiende dagen.