Selecteer een pagina

We waren maar met zes gisteren, tijdens de yogales. Gewoonlijk bestaat de groep uit minstens het dubbele. Dat maakte gisteravond intiemer. We legden onze matjes in een halve cirkel rond de lerares. Ik mag haar graag. Ze is nog jong, spreekt een beetje met een Duits accent, straalt. Verwart links en rechts steeds weer. Gisteren zei ze: ‘En zo gaan we op zoek naar ons gedicht, euh gezicht, euh gewicht’. Haar verspreking maakte me vrolijk vanbinnen.

Ik bedacht dat die yin yoga eigenlijk een heel intense massage is. En dat ik dat fijn vind, zo’n lichaam in een langdurige knoop, tegen de pijngrens aan. En dan het bevrijdende ontwarren.
Daar lag ik in child’s pose en plots raakte ik ontroerd. Ik mag er zijn, fluisterde het in mij. Dit is een lichaam dat er wil zijn. Hoe het ook wordt uitgespuwd. Hoe erg het ook werd verlaten.
In mij huilde het, maar dan van geluk.

 

Toen het uur om was, en de lerares afsloot, zei ze: ‘Probeer een beetje van deze rust mee te nemen naar huis. En ook de woorden die je onder je mat vindt.’
Ik dacht dat ze dat figuurlijk bedoelde, maar toen ik even later mijn matje oprolde, ontdekte ik een klein donkerbruin vierkantje op de zwarte vloer. Ik raapte het op en las: “What hurts you, blesses you. Darkness is your candle.”
Hé, hoe heeft ze dat hier ongemerkt kunnen achterlaten, vroeg ik me verbaasd af.