Selecteer een pagina

Mijn man vroeg wat er scheelde. ‘Ik ben zo duidelijk’, zei ik.
‘Huh?’
‘Ik ben zo duidelijk.’
‘… O, duizelig.’
Ik had mijn verspreking zelf niet opgemerkt. Ik ben zo moe.

In mijn pogingen om van de inslaappillen af te geraken, heb ik een nieuw slaappatroon ontwikkeld: drie nachten op rij wakker liggen, daarna enkele nachten vol flarden droom maar nooit het gevoel echt te slapen, en dan maar weer een stukje Zolpidem. Nog steeds niet méér dan een derde van een tabletje. Dat is voldoende, maar ik heb het wel nodig.

Bij de apotheek was ik Metasleep gaan halen. Iets veiligs, iets met kruiden en melatonine. Maar ook met de Metasleep lag ik wakker. Alsof mijn lichaam vergeten is hoe het moet slapen.
Terug bij de apotheek gisteravond, murw, wankelend op mijn benen, wees ik naar de doosjes melatonine op de toonbank. Met de belachelijke naam Sleepzz. Alsof het zo makkelijk is.
Ze staan daar uitgestald alsof het snoepjes zijn. Voor de impulsaankoop. Als je daar dan toch staat te wachten terwijl de apotheker op zoek gaat naar je medicijnen ergens achterin de winkel.
Maar ik kwam enkel voor dit. Doelgericht. Ik had ze enkele dagen geleden, toen ik er voor de Metasleep was, al zien staan lonken. Als back-up.

Een kennis had het over deze melatoninetabletten gehad. Hij neemt ze zelf al een tijd, en slaapt goed. Tesamen met Trazolan en weet ik veel wat nog allemaal.
Bij mij thuis ligt ook een doos Trazolan, een maand geleden voorgeschreven door de huisarts. (‘Neem daar gerust Zolpidem bij, want een echt slaapmiddel is het niet; het maakt je alleen rustiger ‘s nachts en herstelt je slaappatroon. Probeer dat maar eens een half jaar.’)
Maar ik wou het eerst zelf proberen. Nogmaals. Ik wil kunnen slapen als een normale mens. Zonder hulpmiddelen. Mijn lichaam wist ooit hoe dat moest; die kennis kan toch niet helemaal weg zijn?

Ik vroeg de apotheker of de melatonine eventueel samen met Zolpidem genomen mag worden.
‘Dat zou ik niet doen’, zei ze met een geschrokken blik. ‘Van die melatonine ga je zo al heel slaperig en suf worden, hoor.’
Ik voelde me in haar ogen een verslaafde voor wie het niet genoeg kan zijn. Ik, die altijd zo voorzichtig en weigerachtig ben waar het medicijnen betreft. Die pas een pijnstiller neemt als ze omvalt van de pijn.
Ze moest eens weten, deze vrouw die duidelijk geen slaapproblemen kent.
Ik wou haar vertellen over de Trazolan thuis op het rekje in de badkamer, die ik maar niet durf te nemen. Uit angst om mezelf niet meer te zijn (en dus ook niet meer te kunnen schrijven, want alles wat ik schrijf komt van diep uit mezelf, en zonder schrijven ga ik dood). Uit angst er afhankelijk van te worden. Toen de kennis met slaapmedicatie-ervaring me onlangs mailde: ‘Neem die Trazolan toch, je zal je zo energiek voelen!’, dacht ik meteen: en dan moet ik dat ook terug willen afgeven. Iemand anders had me ook al toevertrouwd: ‘Ik slaap zo goed sinds de dokter voor mij een perfecte combinatie van Zolpidem en Nozinan heeft kunnen samenstellen.’ En ja, dat was voor de rest van haar leven. Ik gruw van dat beeld, nooit meer zonder hulp te kunnen slapen.
Op de terugweg naar huis, de melatoninetabletten in mijn jaszak, werd ik opeens zo kwaad op de buurman, die dit alles in gang heeft gezet. Hij weet niet wat een impact zijn gedrag heeft gehad op mij, op mijn gezondheid, nu nog steeds, maanden nadat het weer stil werd.

Gisteravond nam ik een melatoninetablet. Na twee uur werd ik slaperig, en ik sliep, na drie nachten zonder, zowaar zes uren. Of het het tablet was of pure uitputting, zullen de volgende nachten uitwijzen.