Selecteer een pagina

Ik was vergeten hoeveel er moet worden geregeld en gedaan bij een verhuizing. Na de maandenlange schilderwerken, zijn er nu wekenlange poetswerken en rondrijden voor aankopen allerhande in de plaats gekomen. Uiteraard heb ik het over de weekends. Tijdens de week kan er dan tijd besteed worden aan de job en het huishouden en het onderhoud van twee tuinen in een seizoen waarin je gras en hagen en onkruid zièt groeien.
En inpakken, daarmee ben ik stilaan ook begonnen. De meeste tijd bij het inpakken kruipt in het selecteren: wat houd ik en wat gaat weg? Een verhuizing is altijd een ideale gelegenheid om veel weg te geven of gooien. Het zorgt niet alleen voor ruimte in je leefomgeving, maar ook in je hoofd.

En wanneer wij dan ‘s avonds thuiskomen van een dag poetsen en schrobben en zweten in een temperatuur van 24°, kunnen we genieten van de verbouw(?)geluiden van bij de buurman. Zowel tijdens de weekends als tijdens de week. Rustig naar een serie kijken, of vroeg gaan slapen, zit er dus al een tijd niet meer in. Ontspannen evenmin. Mijn dagelijkse Headspace meditaties worden begeleid door hamergeklop en geboor en afschuurgejank, soms tot na 22 uur. Of gras dat plots moet worden gemaaid tussen 22 en 23 uur.
Op weekendnachten is er één tuin in de hele buurt die de rest terroriseert: die naast de onze. Mijn man vroeg zich vorig weekend nog af: hòren die dan niet dat zij de enigen zijn met hun lawaai, op een ondertoon van stilte? Sommige mensen denken echt dat zij alleen op de wereld zijn.
Omdat de buurman bij een eerdere poging tot praten niet voor rede vatbaar bleek, het integendeel zelfs op een pesten zette, geven wij geen kik meer.

Mijn hoofd is een zeef deze dagen. Ik heb het gevoel maar voor één derde in mijn lichaam aanwezig te zijn. Een combinatie van slaappillen en slaaptekort. Het malen in mijn hoofd van wat er nog allemaal moet gebeuren en geregeld worden, gaat ‘s nachts gewoon door.
Op de fiets kijk ik over mijn schouder om na te gaan of er geen auto’s aankomen, steek dan de straat over en besef dat ik wel dat hoofd heb gedraaid, maar niet echt gekéken, niet heb laten doordringen wat er te zien was. Een mail opstellen duurt drie maal zo lang als gewoonlijk. Een bericht naar de gordijnenwinkel sloot ik ei zo na af met een kruisje. Mijn man zegt iets, en ik hoor maar de helft. Ik wil iets zeggen, en zelfs de eenvoudigste zinnen geraken niet uit mijn mond. Mijn agenda staat volgekribbeld, en nog vergeet ik dingen. Ik deactiveer mijn facebookaccount omdat er echt niet méér prikkels bij kunnen. Ik voel me teleurgesteld in mijn omgeving (‘Wanneer is het housewarmingfeestje? Je geeft er toch een, hè?’) omdat ik, wij, dit alles alleen moet(en) doen met een chronisch ziek lichaam dat in rustige tijden al vermoeid is. En met een hoofd waarvoor het al snel te veel is allemaal. Dat niet alles krijgt verwerkt. Sommigen mogen ‘hoogsensitiviteit’ dan als een modegril beschouwen of er misbruik van maken, en zelf gebruik ik het woord (daarom) niet graag, maar geloof mij: het is geen lachertje. Ik heb bijna continu het gevoel alsof ik op instorten sta, maar instorten doe ik nooit, of soms heel even, tijdelijk. Zo ben ik vorige week tijdelijk ingestort. Het duurde een uur of twee en ik was me erg bewust van mezelf. Ik hield er een blauwe duimafdruk op mijn bovenarm aan over.

Ik ga maar door en door en door. Omdat ik geen keuze heb. En ik het ook niet helemaal aan mijn man kan of wil overlaten. Hij heeft al genoeg te maken met mijn stress en mijn tranen.
Daarom kan ik het mij ook niet veroorloven de gok te wagen om het zonder inslaappil te proberen tijdens de nachten voorafgaand aan werken of afspraken met bijvoorbeeld de internetinstallateur in het nieuwe huis. Want zonder slaap lukt het mij niet. En wanneer ik dan weer enkele dagen stop met de pillen, komen er nachten van gemiddeld vier uur – onderbroken – slaap, eindigend in een rij van nachtmerries, die blijkbaar worden uitgesteld, opgespaard, tijdens door slaappillen veroorzaakte slaap, die sowieso van mindere kwaliteit is.

Ondertussen kijk ik gretig uit naar enkele boeken die nog op me liggen te wachten tot minder woelige tijden, waaronder de essays ‘See what can be done’ (Lorrie Moore) en de brieven ‘Fallen leaves’ van L.H. Wiener en de roman ‘De antwoorden’ van Catherine Lacey.