Selecteer een pagina

“Varya denkt aan haar collega’s met hun reageerbuisjes en microscopen, die allemaal processen proberen te repliceren die al in de natuur bestaan. Turritopsis dohrnii, een kwal ter grootte van een lovertje, die verjongt als hij bedreigd wordt. De boskikker die in de winter in ijs verandert: zijn hart stopt met slaan, zijn bloed bevriest en toch ontdooit hij maanden later weer als het voorjaar zich aandient en springt dan gewoon weg.
De magicicada blijft met een hele generatie samen ondergronds waar ze zich voeden met sappen van boomwortels. Je zou gemakkelijk kunnen denken dat ze dood zijn en misschien zijn ze dat in zekere zin ook wel, sedentair en stil en een halve meter onder de grond. Zeventien jaar later breken ze in verbijsterende aantallen op een nacht door het oppervlak. Ze beklimmen het dichtstbijzijnde verticale object en de knisperende omhulsels van hun larvenhuid vallen op de grond. Hun lijfjes zijn nog bleek en ongehard. In het donker zingen ze.”