Selecteer een pagina

“Verlangt iemand die ‘s morgens vroeg alleen wakker ligt weleens naar instructies over de beste manier om degenen lief te hebben die in hetzelfde huis nog liggen te slapen – zijn kinderen of zijn partner, bloedverwanten of zelfgekozen familieleden?
En als die iemand de anderen in de keuken met glazen en mokken hoort rinkelen – om koffie vragen, is er geen sap meer, hoe is het weer – vraagt hij zich dan af of hij die mensen wel op de juiste manier liefheeft? Als die anderen gapen of niezen of stil luisteren terwijl de ochtendradio ze alles vertelt, waar is de liefde tussen die iemand en zijn mensen dan? Is het een geur in de kamer? Is het iets in het geheugen? Of ligt de liefde dan in de kelder, als kleren voor een ander seizoen?
En als de mensen hun schoenen, hun sleutels, hun portemonnee niet kunnen vinden en aan die iemand vragen of hij ze ergens heeft gezien en die iemand zegt nee, zou hij dan ergens willen dat hij wist waar alles lag? Zou hij willen dat zij echt helemaal zeker wisten wat hun blikken, hun aanrakingen en hun stemmen met hem doen? Zou hij soms een hersenscan willen, een diagnose, iets stevigs om zijn zachte gevoelens te ondersteunen?
Hoe kun je het beste liefhebben? Hoe kun je ooit iets in het hart van een ander zeker weten?
We doen zoiets belangrijks, en niemand weet precies hoe het moet.”